De Wool March 2026 van Texel naar Brussel is zaterdag gestart. Schaapherders trekken de komende anderhalve maand in estafette met hun schaapskuddes door Nederland en België. De tocht van ongeveer 450 kilometer eindigt bij het Europees Parlement in Brussel. “Ik hoop vooral dat onze boodschap overkomt, er moet iets gebeuren.”
Met de Wool March vragen de initiatiefnemers aandacht voor het werk van schaapherders, extensieve begrazing en de waarde van wol. Onderweg wordt de herdersstaf doorgegeven aan de volgende kudde, daarnaast zijn er diverse activiteiten van en bij schaapherders door het hele land. De herdersstaf wordt met een herdersverklaring op 13 oktober aangeboden aan het Europees Parlement, samen met een groep Duitse en Belgische schaapherders.

De eerste etappe op Texel werd gelopen met schaapherder Daphne Hogeweg en haar schaapskudde Vrolijke Schapen. Voorafgaand aan het vertrek was er een programma rond schapen, wol, begrazing en het werk van schaapherders. “Wauw, wat een mooie start van de Wool March op Texel”, vertelt Hogeweg enthousiast. “Het was heel bijzonder om zo’n grote groep mensen met de schapen mee te zien lopen.”
Goed plan van aanpak
Het jaar 2026 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Jaar van de Herders. Volgens Hogeweg een goed moment om extra aandacht te vragen voor de sector. “Er is aandacht en geld nodig om de continuïteit van ons werk te waarborgen. Zelf heb ik gelukkig grotendeels fijne opdrachtgevers die begrijpen wat we doen. Dat komt ook doordat we veel overleggen, samen met boswachters en andere beslissers het terrein in gaan en plannen maken voor de lange termijn.”
Contract voor vijf tot tien jaar
Een contract zou wat haar betreft dan ook voor vijf tot tien jaar moeten gelden. “Ik kan mijn schapen natuurlijk niet na twee jaar even opvouwen en aan de kant leggen.” Ook voor het natuurbeheer is die lange adem belangrijk. “Natuurbeheer gaat langzaam. Soms zie je dat een opdrachtgever na twee jaar toch besluit om even met de machine te maaien. Dat gaat ten koste van biodiversiteit, bodem en insecten. Natuurherstel heeft echt tijd nodig.”
Ik kan mijn schapen natuurlijk niet na twee jaar even opvouwen en aan de kant leggen
* Daphne Hogeweg – Schaapskudde Vrolijke Schapen
Juist daar ligt volgens Hogeweg de meerwaarde van de schaapherder. “Als schaapherder zie ik dagelijks wat er in de natuur gebeurt en kan ik daarop inspelen. Een beslisser moet erop kunnen vertrouwen dat je buiten de juiste keuzes maakt. Dat vertrouwen krijg je alleen door goed samen te werken, veel te overleggen en vooraf een goed plan van aanpak te maken.”
Ook een (online) abonnement? Lees hier meer: https://www.hetschaap.nl/abonneren/
‘We zijn veel meer dan een leuke hobby’
Schaapherder Marijke Dirkson van Landschapsbeheer Rinnegom ziet dat de Wool March veel aandacht trekt. “Er is veel belangstelling. De pers belt, een Europarlementariër is langsgekomen en ook SBS6 stond hier. Dat is allemaal heel goed, het biedt mooie beelden, maar ik hoop vooral dat onze boodschap overkomt, er moet iets gebeuren.”

Voor Dirkson draait de tocht dan ook om veel meer dan wol alleen. “We willen het publiek laten zien wat we doen. Nog steeds denken veel mensen dat een schaapskudde vooral een leuke hobby is. Maar het is keihard werken. Ik heb 2.000 Kempische Heideschapen die ik iedere dag aan het werk moet houden. We willen Brussel laten zien hoe belangrijk ons werk is, het liefst zou ik heel hard roepen: Europa, pas eens op jullie herders.”
Tussen wal en schip
Dirkson vertelt dat ze de laatste tijd steeds vaker worstelt met haar positie als schaapherder. “We zijn niet links en niet rechts. We zijn landbouwers, maar ook natuurbeheerders. Ons werk is heel duurzaam, we zorgen voor biodiversiteit, maar we produceren ook mest. Daardoor vallen we vaak buiten de hokjes van de regelgeving.”
Die positie levert in de praktijk veel dilemma’s op. “We lopen grond mis aan melkveehouders door het Didam-arrest, terwijl we als schapensector die melkveehouders ook hard nodig hebben voor de winterbegrazing. En de natuurbeheerders met wie we samenwerken kijken soms anders naar ons werk, terwijl zij tegelijkertijd wel onze opdrachtgevers zijn. Snap je de spagaat? Ik vind het best spannend om dit hardop uit te spreken, we hebben elkaar allemaal hard nodig namelijk, we moeten samenwerken.”
De schapensector valt bij regels en beleid vaak tussen wal en schip
* Marijke Dirkson – Landschapsbeheer Rinnegom
Vergeten groep
Volgens Dirkson zorgt dat alles ervoor dat schaapherders, maar eigenlijk de hele schapensector, regelmatig buiten de boot vallen. “We zijn vooral ook een leuke, letterlijk aaibare sector. We doen nuttig werk, werken duurzaam en hebben een belangrijke sociale waarde. Toch vallen we bij regels en beleid vaak tussen wal en schip. Juist omdat we op het gebied van duurzaamheid vaak al veel goed doen, sluiten nieuwe regels niet altijd aan bij onze praktijk. Dat moet Brussel gaan snappen en oppakken. Maar bij wie kunnen we terecht? Welke Europarlementariër beheert eigenlijk het potje voor de schapensector? Dat vind ik soms lastig. We lijken wel een vergeten groep. We hopen dat we met deze Wool March meer in het oog springen.”
Enkele foto’s van de eerste dagen:








