Minder schapen in Nederland. Het nieuws haalde alle landelijke media. Uiteraard werd blauwtong genoemd als grote boosdoener. Er speelt echter meer. Wat zijn de belangrijkste pijnpunten?
TEKST: MARJAN KORNEGOOR.
Het CBS meldde onlangs dat er 8 procent minder schapen zijn op agrarische bedrijven. In de totaalcijfers van de I&R blijkt de daling in verhouding nog groter. Het verschil tussen 1 januari 2023 en 2024 betreft 102.029 dieren, we houden nog 880.000 schapen in Nederland. Maar ook het aantal schapenhouders daalde met 437 tot net onder de 30.000 schapenhouders.
Een rondje langs de verschillende velden maakt snel veel duidelijk: er zitten op diverse fronten pijnpunten. De sector is te klein om een echte vuist te maken tegen andere landbouwtakken waar meer geld zit. ‘Schapengeld is gauw geteld’ is een bekend gezegde en schapen houden is een levenswijze. Hoe iedere schapenhouder ellenlange dagen maakt in de lammerperiode en tegelijkertijd roept dat het de mooiste tijd van het jaar is, dat zegt iets over deze gedreven sector. De combinatie van dit alles maakt het een (te?) bescheiden sector. De schapensector is bovendien erg versnipperd in diverse belangenclubs, wat het ook lastig maakt in gesprekken met overheid en politiek.
Waar liggen de belangrijkste pijnpunten in de schapensector?
– Blauwtong
De grootste veroorzaker van de forse daling in het aantal schapen in 2023 blijft uiteraard het blauwtongvirus, er stierven bijna 51.200 schapen aan blauwtong. Een vaccin laat nog op zich wachten. Inmiddels is de schapensector op eigen initiatief een garantiefonds gestart voor het blauwtongvaccin. Het garantiefonds moet farmaceuten zekerheid geven over het aantal doses dat Nederland afneemt van een erkend blauwtongvaccin. De Nederlandse overheid wil namelijk zelf niet garant staan voor die afname waardoor betrokkenen bang zijn dat de vaccins naar landen gaan waar de overheid actiever meedenkt om het vaccin binnen te hengelen.
Saskia Duives van LTO Schapenhouderij zegt overduidelijk gefrustreerd: “We moeten het blijkbaar zelf doen. De schapenhouderij wordt gemarginaliseerd in Nederland. Er zijn 7.000 schapenhouders in ons land die (semi-) professioneel dieren houden, er zijn 14.000 melkveehouders. Zo klein zijn we niet eens maar er gaat gewoon veel minder geld in om. Ik snap werkelijk niet waarom we geen voet aan de grond krijgen bij ons landbouwministerie voor veel zaken.”
– Wolf
De wolf doodde in 2023 opnieuw meer schapen dan het jaar daarvoor. Er klinken steeds meer geluiden van schapenhouders die stoppen of in ieder geval minder schapen gaan houden omdat ze de angst voor de wolf beu zijn. Schapenhouder Stefan Worst vertelde onlangs: “Na dik 2 jaar strijden met wolvenrasters zetten en systemen bedenken om de rasters makkelijk te plaatsen en te verplaatsen hebben we besloten een deel van onze fokschapen te gaan verkopen, de rest zetten we voorlopig binnen. Johan de Beer, voorzitter van de NTS: “Het is toch triest dat steeds meer schapen inmiddels gedwongen op stal komen te staan, daarvoor houd je geen schapen. Dieren die met liefde worden gehouden, opgevreten zien worden door de wolf, dat is enorm schrijnend.”
En ja inderdaad, veel schapen staan (nog) niet of deels achter een wolfwerende afrastering, al stijgt dat percentage nog steeds. Schapenhouders zijn vaak niet overtuigd van de werking of lopen geregeld tegen praktische problemen aan over afrasteringen. De vaak geroepen oplossing ‘neem dan een kuddebewakingshond’ is uiteraard niet voor alle 30.000 schapenhouders weggelegd.
Marijke Dirkson van Rinnegom Landschapsbeheer: “Ook hier zien we dat in andere Europese landen veel meer wordt gedaan om schapenhouders bij te staan in de strijd tegen de wolf, in veel landen krijgen schapenhouders bijvoorbeeld ook voor arbeid een vergoeding, want dat is uiteindelijk de grootste kostenpost; het verplaatsen en bijhouden van de afrasteringen, niet de aanschaf.”
– Graasdierpremie

Daarnaast is de graasdierpremie voor begrazingsbedrijven gestopt in 2023. Schaapherders en hun begrazingsbedrijven raakten in één klap enorm veel geld kwijt, grofweg 20 euro per schaap. Het ministerie van Landbouw vindt dat begrazingsbedrijven zelf hogere vergoedingen voor hun beheerwerk moeten zien binnen te slepen.
Bart van Ekkendonk van De Lachende Ooi, landschapsbeheer in Noord-Brabant, zei over de beslissing vorig jaar in een artikel over de graasdierpremie: “Je kunt wel zeggen dat ik mijn jaarsalaris kwijtraak.” En landschapsbeheerder Sjraar van Beek vulde aan: “Overal in Europa krijgen schapenhouders die op natuurgronden werken wel allerlei vormen van GLB-steun. Tot op de dag van vandaag.”
– Regelgeving
De regelgeving maakt het ook al niet makkelijker voor schapenhouders. Een overheidsinstelling moet tegenwoordig op grond van het gelijkheidsbeginsel vrijkomende gronden openstellen voor alle potentiële gegadigden. De selectiecriteria pakken vaak voordelig uit voor melkveehouders, zo laat het verhaal van Robertjan Feijen zien. “We moeten vechten voor elke meter grond, ook al boeren we nog zo duurzaam met onze schapen.”
Het Didam-arrest brengt ook veel onzekerheid voor schapenhouders aan zeedijken of op natuurterreinen die daar vaak al jaren hun schapen laten grazen en nu opnieuw moet meedoen aan een inschrijvingsprocedure. Zo liet het waterschap in Friesland de huidige pachters onlangs per brief weten dat ze in het najaar van 2024 kunnen meedoen met de inschrijving. Ze horen ook pas op dat moment wat de selectiecriteria worden. Schapenhouder Douwe Veldema in Blije: “In het najaar heb ik mijn rammen er al bijlopen terwijl ik nog niet weet of ik het jaar daarop de zeedijken weer mag begrazen. Wij begrazen deze zeedijken al generaties lang, mijn opa is er tientallen jaren terug mee begonnen.”
Saskia Duives: “De schapenhouderij draagt bij aan behoud van landschap en natuur. Daarvoor verwachten wij een gezonde ondernemersvergoeding. Een vergoeding waarin ook het ondernemersrisico en kosten voor investering en afschrijving worden gedekt. In dat kader willen we voor begrazingsprojecten van pachter naar partner. Ofwel dat onze kennis en kunde worden meegewogen in de aanbesteding van projecten en dat het om langjarige contracten gaat van 15 tot 25 jaar, zodat er ook te investeren valt in afrastering en nachtkralen. Veel schapen grazen op grond van derden. Daarom kan de schapenhouderij niet grondgebonden worden.”
Optelsom van problemen
“We zijn de enige subsidieloze schapensector in Europa”, zegt Marijke Dirkson van Rinnegom Landschapsbeheer. “Het was een optelsom van problemen in 2023. Hittestress, zomerstormen, blauwtong, nattigheid, wolf, GLB-verliezen, graasdierpremie. Ik ben echt niet vies van ondernemersrisico, anders was ik geen schapenhouder geworden, maar deze optelsom is niet meer te doen voor veel mensen. Terwijl we juist zo mooi circulaire landbouw bedrijven met schapen.” Dirkson denkt dat vooral de ‘neventakkers’ stoppen met schapen. De hobbyisten, de grote schapenbedrijven en wij als grote begrazers blijven wel. Maar als je er schapen naast houdt, wordt het steeds lastiger.”
Bovenaan duurzaamheidsladder

“Het kan toch niet zo zijn dat het schaap, dat bovenaan de treden van de duurzaamheidsladder staat, het zo moeilijk gemaakt wordt in ons land?” Johan de Beer is fel. “Schapen staan bijna het jaarrond buiten, eten weinig brok en spelen een enorm belangrijke rol qua begrazing van natuurgebieden en nabeweiding. Dat is toch wat we willen met zijn allen tegenwoordig? We moeten dat misschien veel harder roepen als schapensector.”
“Schapen dragen daarnaast ook nog eens bij aan ons mooie landschap. Als ik een euro krijg voor iedereen die zomers stopt bij onze wei vol lammeren en foto’s maakt dan zou ik een goeie bijverdienste hebben.”
Flexibele sector
En aan de andere kant: de schapenhouderij blijft een flexibele sector. “We hopen dat we de daling kunnen ombuigen, dat hebben we als sector al vaker laten zien. Je kunt als jonge ondernemer relatief makkelijk starten omdat je weinig opstartkosten hebt, we zien in onze ledenaantallen dat er ook echt wel jongeren aanhaken de laatste jaren. Daar houden we ons aan vast voor de toekomst”, zegt De Beer. “De prijzen zijn ook best goed. Ik hou de moed erin.”
Lees ook:



2025 21% BTW voor particulieren