De Europese schapenstapel is in 2025 opnieuw kleiner geworden, maar de ontwikkeling verschilt sterk per lidstaat. Waar Spanje en Griekenland een forse daling laten zien, blijft de Nederlandse schapenhouderij vrijwel stabiel. Volgens nieuwe cijfers van Eurostat telde Nederland in 2025 ruim 602.000 schapen, 0,8 procent minder dan een jaar eerder.
In de hele Europese Unie liep de schapenstapel volgens gegevens van Eurostat terug van 56,5 naar 55,3 miljoen dieren, een afname van 2,2 procent. Daarmee zet de dalende trend van de afgelopen tien jaar door. Ten opzichte van 2015 kromp de Europese schapenstapel met ruim 12 procent.
Daarmee behoort de schapenhouderij tot de sectoren die het sterkst in omvang zijn afgenomen. Alleen de geitenhouderij liet met een daling van 17,5 procent een nog grotere terugval zien. Factoren als stijgende kosten, bedrijfsbeëindigingen en een afnemend aantal bedrijven spelen daarbij een rol, en voor Nederland natuurlijk de nasleep van blauwtong.

Minder schapen in Spanje, meer in Italië
De grootste absolute afname vond plaats in Spanje, waar het aantal schapen met bijna 666.000 dieren (-4,9 procent) daalde tot 12,8 miljoen. Ook Griekenland liet met een afname van 17,2 procent een opvallend sterke daling zien.
Daartegenover staan enkele landen waar de schapenstapel juist groeide, zoals Italië (+9,7 procent), Roemenië (+3,0 procent), Ierland (+2,7 procent) en Frankrijk (+1,3 procent). De grootste schapenlanden binnen de Europese Unie blijven Spanje, Roemenië, Frankrijk en Griekenland.
Nog zo’n 602.000 schapen in Nederland
Nederland behoort met ruim 602.000 schapen niet tot de grote schapenlanden van Europa. De daling van 0,8 procent bleef echter ruim onder het Europese gemiddelde en past in een trend die al langere tijd zichtbaar is. In 2024 waren er nog ongeveer 607.000 schapen in Nederland, in 2025 waren dat er rond de 602.000.


