KOS wil Utrechtse eisen wolvenschade van tafel

KOS vindt de aangescherpte eisen voor veel schapenhouders niet haalbaar.

Deel dit artikel:

Ketenorganisatie Schapenhouderij (KOS) wil dat de provincie Utrecht de strengere voorwaarden voor een tegemoetkoming in wolvenschade terugdraait. Volgens de organisatie zijn de eisen voor veel schapenhouders praktisch en financieel niet haalbaar. In een uitgebreide brief aan Gedeputeerde Staten vraagt KOS om het besluit te herzien en de nieuwe voorwaarden voorlopig uit te stellen.

De provincie Utrecht heeft bepaald dat schapenhouders in een aangewezen gebied vanaf 18 april 2027 alleen nog een tegemoetkoming in wolvenschade krijgen als hun afrastering voldoet aan de eisen uit de Faunapreventiekit. Stichting KOS verzet zich tegen deze nieuwe eisen.

Onuitvoerbare voorwaarden

“Wij zijn bereid mee te werken aan effectieve en haalbare preventie. Wij accepteren echter niet dat onuitvoerbare voorwaarden ertoe leiden dat schapenhouders na een wolvenaanval met de schade blijven zitten. Bescherming tegen de wolf vraagt om gedeelde verantwoordelijkheid, niet om het verschuiven van de rekening.” Dat schrijft KOS-voorzitter Saskia Cahuzak namens alle aangesloten organisaties (LTO Nederland, NSFO, Vee & Logistiek Nederland en VSV).

Feitelijk afschaffen tegemoetkoming

Volgens KOS maakt Utrecht van hoge technische adviesnormen nu harde voorwaarden voor schadevergoeding. “Schapenhouders die niet aan alle eisen kunnen voldoen, dreigen na een wolvenaanval niet alleen hun dieren, maar ook hun tegemoetkoming te verliezen.” Al in april 2025 waarschuwde KOS de provincie dat het gebruik van de Faunapreventiekit als voorwaarde voor schadevergoeding voor veel schapenhouders feitelijk neerkomt op het afschaffen van de tegemoetkoming. De organisatie pleitte ervoor alleen in uitzonderlijke gevallen geen vergoeding toe te kennen en bij nieuwe preventie-eisen aan te sluiten bij de Duitse basisbescherming.

“Tot op heden hebben wij op die brief geen inhoudelijke reactie ontvangen. Wij vinden het onaanvaardbaar dat u nu juist de eisen invoert waartegen wij eerder hebben gewaarschuwd, zonder op onze bezwaren in te gaan”, schrijft Cahuzak.

Niets meer missen over schapen? Meld je nu aan voor de gratis nieuwsbrief …
of neem een voordelig proefabonnement op Het Schaap!

Landelijke afspraken

Ook vindt KOS dat Utrecht met de nieuwe voorwaarden vooruitloopt op landelijke afspraken. “Utrecht wijkt hiermee af van de lijn in de overige provincies en van de richting waarin het Rijk en de Tweede Kamer het wolvenbeleid willen ontwikkelen. Een schapenhouder moet kunnen begrijpen waarom dezelfde preventieve inspanning aan de ene kant van een provinciegrens anders wordt beoordeeld dan aan de andere kant.”

Praktische en financiële bezwaren

KOS vindt de aangescherpte eisen voor veel schapenhouders niet haalbaar en noemt daarvoor verschillende redenen:

  • Minimaal 4.500 volt niet altijd haalbaar. Veel begrazingspercelen hebben geen vaste stroomaansluiting. Schapenhouders zijn daardoor aangewezen op accu’s. Ook kan een goede aarding lastig zijn, afhankelijk van de bodem en weersomstandigheden. Opgroeiend gras, bladeren, takken en sneeuw kunnen bovendien spanningsverlies veroorzaken. Zelfs bij regelmatig onderhoud is het niet altijd mogelijk om voortdurend minimaal 4.500 volt op de hele afrastering te houden. Volgens KOS mag een tijdelijke spanningsdaling niet automatisch betekenen dat een schapenhouder na een wolvenaanval zijn tegemoetkoming verliest.
  • Vergunningen kunnen plaatsing van rasters belemmeren. Voor afrasteringen hoger dan één meter kan een omgevingsvergunning nodig zijn. Zo’n procedure kost tijd en het is niet zeker dat de vergunning wordt verleend. Ook landschappelijke belangen, de doorgang van wilde dieren en voorwaarden van grondeigenaren of terreinbeheerders kunnen plaatsing in de weg staan. Volgens KOS kan de provincie niet eisen dat schapenhouders vóór een bepaalde datum aan de rastereisen voldoen, terwijl niet vaststaat of zij die rasters wel mogen plaatsen.
  • Hoge investeringen, onvoldoende subsidie. De kosten voor het aanpassen en plaatsen van afrasteringen kunnen volgens ramingen van schapenhouders oplopen tot circa 100.000 euro per bedrijf. Dat hangt onder meer af van de bedrijfsomvang, het aantal percelen en de terreinomstandigheden. Daar komen de terugkerende kosten voor onderhoud, maaien, accuvervanging en arbeid nog bij. De provincie heeft 300.000 euro beschikbaar voor subsidies, met een maximum van 20.000 euro per bedrijf. Bij een investering van 100.000 euro blijft dus nog 80.000 euro voor rekening van de schapenhouder. Bovendien is het totale subsidiebudget al uitgeput wanneer vijftien bedrijven het maximale bedrag ontvangen. Ook staatssteunregels kunnen de toegang tot subsidie beperken.
  • Schapenhouders dreigen met de schade te blijven zitten. Volgens KOS kunnen schapenhouders na een wolvenaanval hun tegemoetkoming verliezen, zelfs wanneer zij aantoonbaar hun best hebben gedaan om hun dieren te beschermen. Daarmee komen de financiële gevolgen van de terugkeer van de wolf steeds meer bij individuele schapenhouders terecht. Een wolvenaanval brengt bovendien niet alleen financiële schade met zich mee, maar ook dierenleed en een zware emotionele belasting.
  • Gevolgen voor schapenhouderij en landschapsbeheer. De combinatie van hoge eisen, onvoldoende financiële ondersteuning en het risico op verlies van schadevergoeding kan er volgens KOS toe leiden dat schapenhouders stoppen of hun dieren permanent op stal houden. Daarmee verdwijnen niet alleen schapen uit het Utrechtse landschap, maar komen ook begrazing en natuurbeheer onder druk te staan. De organisatie vreest dat hierdoor heidegebieden achteruitgaan en de vergunningverlening in de provincie verder wordt bemoeilijkt.

KOS wil besluit van tafel

KOS vraagt de provincie de aangescherpte voorwaarden in te trekken en deze in ieder geval voorlopig niet toe te passen. Ook wil de organisatie dat de werkelijke investerings- en onderhoudskosten in kaart worden gebracht en dat er voldoende financiële ondersteuning komt.

De organisatie vraagt Gedeputeerde Staten binnen twee weken schriftelijk te reageren. KOS benadrukt dat schapenhouders bereid zijn hun dieren te beschermen, maar dat de overheid ook haar verantwoordelijkheid moet nemen. De kosten en gevolgen van wolvenschade mogen volgens de organisatie niet volledig bij de schapenhouder terechtkomen.

Lees ook over de wolf:

Marjan Kornegoor

Marjan Kornegoor-Lijftogt is hoofdredacteur van vakblad Het Schaap. Met een team van schapenhouders, dierenartsen, deskundigen en ervaren vakredacteuren zet zij zich in voor betrouwbare, praktische en onafhankelijke vakinformatie voor schapenhouders. Door kennis, praktijkervaring en actuele ontwikkelingen te bundelen, wil ze bijdragen aan een sterke en toekomstbestendige schapenhouderij.
Als Achterhoekse boerendochter groeide ze middenin de agrarische sector op en zo ontstond haar liefde voor landbouwhuisdieren. Kornegoor studeerde Informatie en Communicatie en werkt inmiddels al ruim 30 jaar in de vakbladenjournalistiek. Zij werkte voor uitgeverijen als Misset en Vakmedianet, waar zij ervaring opdeed met zowel print- als online vakmedia. Daarnaast hield zij zich bezig met contentstrategie en de ontwikkeling van kennisplatforms voor professionals. Daarbij stond steeds de vertaling van specialistische kennis naar praktische informatie voor vakmensen centraal.
Neem gerust contact op voor vragen, opmerkingen of tips via hetschaap@eisma.nl.

Bekijk alle berichten

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Haal meer uit je schapenhouderij. Meld je nu aan voor de gratis nieuwsbrief van Het Schaap!

Ontvang elke vrijdag het laatste nieuws, praktische tips, marktprijzen en achtergrondartikelen over gezondheid, voeding, fokkerij en veel meer. Sluit je aan bij de 6.000 schapenhouders die de nieuwsbrief al ontvangen. Mis niets meer!