Knuttensoorten die voorkomen op schapen- en rundveebedrijven, waren voor de helft besmet met blauwtongvirus serotype 3. Dit blijkt uit analyse door het NVWA Centrum Monitoring Vectoren (NVWA-CMV) en Wageningen Bioveterinary Research (WBVR).
NVWA-CMV en WBVR onderzochten in opdracht van het ministerie van landbouw welke knuttensoorten betrokken waren bij deze blauwtonguitbraak. Voor het uitvoeren van dit onderzoek werden in de maanden oktober en november knuttenvallen opgehangen op 6 schapen- en/of melkveebedrijven in het midden van het land waar eerder blauwtong was vastgesteld.
6 soorten knutten
In totaal werden 34.593 knutten gevangen. Het grootste deel van de knutten waren 6 verschillende veegerelateerde soorten: Culicoides chiopterus, C. obsoletus, C. scoticus, C. punctatus, C. dewulfi en C. pulicaris. Veegerelateerde knuttensoorten leven in de directe omgeving van landbouwhuisdieren: ze broeden in de buurt van vee (in mest, kuil, enzovoorts) en hebben een sterke voorkeur voor bloed van schapen en runderen.
Van de 384 knuttenpools die werden getest, bleken 179 pools (46,6 procent) positief voor aanwezigheid van het blauwtongvirus. Het blauwtongvirus is vooral aangetoond in pools van de soorten C.chiopterus (67,3 procent), C. punctatus (57,7 procent) en C. obsoletus/scoticus (34,5 procent).
Aantal aanzienlijk hoger dan in 2008
“Het hoge percentage positieve knutten kan het gevolg zijn van hoge viruscirculatie in de gastheren, maar kan ook betekenen dat BTV-3 goed wordt opgenomen in deze zes knuttensoorten”, aldus de onderzoekers. Daarnaast kan het grote percentage blauwtongdragende knutten deels verklaren hoe het virus zich zo snel heeft kunnen verspreiden door Nederland. Het percentage knutten dat positief testte op blauwtong ligt in dit onderzoek aanzienlijk hoger dan tijdens de BTV-8 uitbraak in 2006-2008.
Percentage in stallen hoger
Op bedrijven waarvan bekend is dat er met blauwtong besmette dieren aanwezig waren, werd het virus ook teruggevonden in de knutten. De onderzoekers concluderen dat knuttensoorten die het meest bij vee voorkomen, heel goed in staat zijn het virus over te dragen. “Opvallend is dat van de knutten die zijn gevangen in de vallen die in de stal hingen, het percentage met blauwtong hoger was”, constateren de onderzoekers. “Gezien de ruime aanwezigheid van virusdragende knutten, wordt het belang van vaccinatie om een besmetting met blauwtong te voorkomen nogmaals onderstreept, voor zowel schapen als runderen.”
Lees ook:
- Kaart van Nederland 2024: waar zitten besmettingen met blauwtong?
- Blauwtongvaccin: vragen en antwoorden
- Meer in ons dossier Blauwtong …
.
Wil je alles weten over schapen? Neem dan nu een abonnement op Het Schaap…


