Alertheid op rode lebmaagworm blijft nodig

Volwassen Haemonchus contortus op de wand van een lebmaag. Foto: Piet Vellema.

Deel dit artikel:

We zien in onze sectiezaal opnieuw een toename in het aantal gevallen van haemonchose (rode lebmaagwormziekte) en ontvangen deze signalen ook uit het veld. Deze aandoening treft vooral lammeren en jaarlingen, maar ook oudere schapen zijn niet immuun. Regelmatig mestonderzoek is cruciaal, zodat je tijdig maatregelen zoals verwijden kunt nemen om de impact van haemonchose te beperken. Een column van Nienke Snijders- van de Burgwal.

Wellicht herinner je je dat ik in mijn vorige column van Het Schaap ook al aandacht heb besteed aan parasitaire infecties. Hierin deelde ik de observatie dat ons laboratorium in het (vroege) voorjaar een toename zag in het aantal positieve mestmonsters ten opzichte van het jaar ervoor. Dit als gevolg van infecties die in het voorgaande weideseizoen waren opgedaan. Graag breng ik het onderwerp opnieuw onder de aandacht, dit keer met een andere reden: er bereiken ons momenteel namelijk steeds meer signalen van haemonchose, die wijzen op nieuwe, actuele infecties. Hoewel schapen het hele jaar door maagdarmworminfecties kunnen oplopen, vormen de warme en vochtige zomeromstandigheden een uitgelezen kans voor de subtropische Haemonchus contortus-eieren en -larven om zich snel te ontwikkelen op het weiland. Binnen enkele weken kan zich een hoge infectiedruk opbouwen, met mogelijk ernstige gezondheidsproblematiek bij kleine herkauwers.

Verraderlijk snel opbouwen

Haemonchus contortus is verraderlijk omdat de infectiedruk zich snel kan opbouwen. Larven ontwikkelen zich bij warmte en kunnen droge perioden overleven door in de mest te schuilen. Zodra er vocht is, verspreiden ze zich razendsnel over het land. Daardoor blijft een infectie lang onopgemerkt. Vooral na het spenen zijn lammeren extra kwetsbaar door lage weerstand en intensiever weidegebruik. Het is daarom van belang dat je juist nu extra waakzaam bent. Monitoring is essentieel. Regelmatig mestonderzoek geeft inzicht in de mate van besmetting binnen het koppel. Het stelt houders in staat om tijdig in te grijpen en voorkomt onnodige of te late behandelingen.

Weideplan

Naast monitoring speelt een doordacht weidebeheer een sleutelrol in de beheersing van worminfecties. Een effectief weideplan voorziet in regelmatig omweiden naar relatief schone percelen. Toch is een ideaal weideplan lang niet voor elk bedrijf haalbaar. Intensieve beweiding, beperkte grondoppervlakte of logistieke uitdagingen maken dat veel houders concessies moeten doen. Helaas leidt dit in de praktijk nog te vaak tot het idee dat een weideplan dan geen zin heeft. Niets is minder waar. Juist in suboptimale omstandigheden is het zaak om het beweidingsschema zo goed mogelijk af te stemmen op de wormdruk.

Resistentie

Iedere dag dat een behandeling kan worden uitgesteld, is winst! Waarom? Omdat elke behandeling met een ontwormingsmiddel de ontwikkeling van resistentie in de hand werkt. Ontwormingsresistentie ontstaat wanneer wormen in aanraking komen met een ontwormingsmiddel en de behandeling overleven. Deze overlevenden zijn ofwel van nature resistent of ontwikkelen resistentie doordat ze niet volledig zijn gedood, bijvoorbeeld door onderdosering of onjuiste toepassing. In de praktijk zien dierenartsen steeds vaker signalen van verminderde werking van bestaande middelen, vooral bij haemonchus.

Niets meer missen over haemonchus? Meld je nu aan voor onze gratis nieuwsbrief …

Correct doseren

Het belang van correct doseren kan daarom niet genoeg benadrukt worden. Een te lage dosering geeft parasieten de kans om te overleven en resistent te worden. Een te hoge dosering brengt bij sommige ontwormingsmiddelen risico’s op toxiciteit met zich mee. Het wegen van (een steekproef van) het koppel is de beste manier om een juiste dosis te bepalen. Gebruik altijd de dosering die de bijsluiter van het middel aanbeveelt.

Controleer effectiviteit behandeling

Wanneer een behandeling ondanks alle preventieve maatregelen toch noodzakelijk is, controleer dan altijd de effectiviteit van die behandeling. Dit kan door tien tot veertien dagen na behandeling opnieuw mestonderzoek uit te voeren. Een onvoldoende daling van het aantal wormeieren kan duiden op resistentie of op andere problemen, zoals foutieve toediening of herinfectie. Ook deze evaluatie draagt bij aan een verantwoord wormbeheer.

De strijd tegen maagdarmwormen is een complexe en langdurige, maar zeker geen monitoring en zorgvuldig samen een krachtig verdediging.

Meer over wormen bij schapen:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Haal meer uit je schapenhouderij. Meld je nu aan voor de gratis nieuwsbrief van Het Schaap!

Ontvang elke vrijdag het laatste nieuws, praktische tips, marktprijzen en achtergrondartikelen over gezondheid, voeding, fokkerij en veel meer. Sluit je aan bij de 6.000 schapenhouders die de nieuwsbrief al ontvangen. Mis niets meer!