Schapenhouder Willem Eickmans houdt al bijna vijftig jaar schapen. Hij begon in 1977 met een leblam van een Texelaar. Zo’n vijftien jaar hield hij Texelaars, tot hij het ‘Mergellandsjaop’ ontdekte. Sindsdien wil hij niet anders meer. “Werkelijk een prachtig schaap om te zien.”
“Zeg geen Mergellander hoor”, waarschuwt Eickmans (78) gelijk, maar lacht er wel bij. “Het is namelijk officieel een Mergellandschaap. Zelf maak ik me daar niet druk om, maar als je het als vakblad goed wilt zeggen dan hoort er dus het woord schaap achter.”
‘Ik durf best te zeggen dat ik goed gekwalificeerde Mergellandschapen heb’
Ruim 35 jaar geleden kocht hij zijn eerste Mergellandschapen, een uit de kluiten gewassen heideschaap dat zich thuis voelt op het schrale kalkgrasland in Limburg. De Limburger maakte vooral de overstap omdat het dier tot de bedreigde rassen behoorde én hij het een fantastisch, mooi schapenras vond. “Het zeldzame ras doet het nu beter, al houden de aantallen niet over.”
Rammengek
Eickmans heeft nu vijftien Mergellandschapen; tien ooien en vijf rammen. “Ik ben een echte rammengek”, zegt hij. “Zeg nou eerlijk, die rammen zijn toch veel mooier. Die koppen, helemaal geweldig!” De rammen vindt hij vaak ook aaibaarder.
Lees de hele reportage in Het Schaap 6/7






