Een lammetje dat met luier door de keuken huppelt? Daar kijken ze bij huize Verkleij in Hazerswoude-Dorp niet meer van op. Elk voorjaar ontfermen dochter Marije en haar familie zich over weesjes en verstotelingen. “Super trots als ze lekker dik aan de bar staan.”
Inmiddels heeft Marije Verkleij een koppel van zo’n dertig ooien bij elkaar gesprokkeld. Een deel zelf gefokt en deels bestaande uit aangehouden paplammeren. Een bonte mix van kleurtjes en soorten. De eerste schapen werden door haar moeder binnengehaald en kan ze zich nog vaag herinneren. “Ik was ongeveer acht jaar toen de veehandelaar met twee paplammeren aankwam. De diertjes waren net geboren en ik weet nog dat ze met luiertjes aan door de keuken liepen.”
Elf paplammeren
Sindsdien is het elk voorjaar feest. “Op dit moment verzorg ik elf paplammeren. Zes zijn er weer via de veehandelaar gekomen, die weet ons goed te vinden. Twee heeft mijn moeder opgehaald bij een oudere boer, twee bij de buurman en eentje is van mijzelf.” Die laatste was gelijk het grootste zorgenkind.
Ieniemienie stippenlammetje
Ze wijst naar een vrolijk, maar ieniemienie stippenlammetje. “Mijn moeder vond haar ’s ochtends onderkoeld in de stal. Eerst dacht ze dat ie dood was, maar toen het nog bleek te leven, heeft ze hartmassage gegeven, in een emmer warm water gelegd en mij snel gebeld.” Vervolgens werd de reddingsactie in de keuken voortgezet.
Lees de hele reportage in Het Schaap 05







Zo gaaf dit
Lekkere tamme kudde