Als kind ging Iris Remmelzwaal-van ’t Wout al met haar vader mee naar het hobbystalletje achter de duinen bij Katwijk aan Zee. Daar had hij een koppeltje koeien en schapen staan. “Maar ik vond en vind schapen schattiger, bovendien zijn ze handzamer.” Inmiddels heeft ze de groep van twaalf moederdieren overgenomen.
Elke dag na haar werk gaat ze even bij de dieren langs, kruisingen Texelaar-Bleu du Maine. Op haar werk weten ze inmiddels dat Iris Remmelzwaal-van ’t Wout ook schapenhoudster is. “Dat vinden ze allemaal superleuk”, vertelt de apothekersassistente enthousiast. “Schapen hebben iets knuffeligs, ze zijn fluffy. En dat maakt het zo’n geliefde diersoort, denk ik. Zo werkte het in ieder geval wel bij mij.”
Niets meer missen over schapen? Meld je nu aan voor de gratis nieuwsbrief …
of neem een voordelig proefabonnement op Het Schaap!
Lekker hoog op de poten
De dieren lopen verspreid over meerdere landjes in de buurt en tijdens haar controlerondje neemt Remmelzwaal-van ’t Wout steevast wat biks en een sneetje brood mee. “Als ze dan aan komen rennen, kan ik gelijk zien of alles goed loopt. Zo niet, dan doe ik de pootjes even. Hup, zo op de kont. Dat heb ik geleerd door goed te kijken naar de schapenscheerder. Al kunnen die volwassen ooien best zwaar zijn.”
En dat is een eigenschap waar ze bewust op fokt. Of in ieder geval op hoogte en ruimte. “Ik houd van een schaap dat lekker hoog op z’n poten staat. Maar het allerbelangrijkst is het karakter. Ik wil ze echt heel mak hebben.”
Lees de hele reportage in Het Schaap 02 – 2026




