Uit de eerste 1.000 voorjaarskuilanalyses van Eurofins Agro blijkt dat de voederwaarde dit jaar relatief hoog ligt: gemiddeld 961 VEM. Het suikergehalte is eveneens noemenswaardig, met 107 gram per kilo droge stof.
Waar het voorjaar van 2024 extreem nat begon, kende 2025 juist een droge en zonnige start. Dat weersbeeld leidde al vroeg in het seizoen tot opvallend hoge suikergehalten in het verse gras, zoals blijkt uit de voorjaarsanalyses van 2025. Tegelijkertijd bleef de eiwitopbrengst aanvankelijk wat achter. Door het uitblijven van neerslag kwam de mineralisatie in de bodem traag op gang, waardoor de beschikbaarheid van nutriënten beperkt bleef. Pas halverwege april viel op veel plaatsen de langverwachte regen. Die neerslag gaf een duidelijke impuls aan zowel de mineralisatie als de grasgroei. Dat vertaalde zich ook in de versgrasanalyses, waarin de eiwitgehalten opliepen en de suikerwaarden weer wat daalden.
Verteerbaarheid en suikers hoog
De trends uit het verse gras zijn inmiddels ook zichtbaar in de eerste voorjaarskuilen, die voornamelijk in week 18 en 19 (eind april, begin mei) zijn ingekuild. De gemiddelde VEM-waarde ligt met 961 duidelijk hoger dan in 2024. Dit is te danken aan een hogere verteerbaarheid in combinatie met een lager ruw-asgehalte. Het zonnige weer heeft bovendien gezorgd voor een fors hoger suikergehalte: gemiddeld 107 g/kg, aanzienlijk meer dan vorig jaar. Het ruw eiwitgehalte komt met 169 g/kg iets lager uit dan in 2024.
Hoger drogestofgehalte, gunstige eiwitbenutting
De droge en zonnige omstandigheden zorgden daarnaast voor een relatief hoog drogestofgehalte van gemiddeld 436 g/kg. Dat hogere ds-gehalte vertaalt zich onder meer in een hogere DVE-waarde: gemiddeld 63 g/kg tegenover 60 in 2024. Ondanks het iets lagere eiwitgehalte ligt de OEB met gemiddeld 44 g/kg wat lager dan vorig jaar, wat vooral toe te schrijven is aan het hoge suikergehalte. Die combinatie, hogere DVE en lagere OEB, is over het algemeen gunstig voor de benutting van eiwit.
Conservering op orde
Doordat het drogestofgehalte in de voorjaarskuilen in het optimale bereik viel en het gras voldoende suiker bevatte, is de conservering in de meeste gevallen goed verlopen. Dat blijkt onder meer uit het relatief lage ammoniakgehalte (gemiddeld 8,4%) en een gemiddeld boterzuurgehalte van slechts 1,5 g/kg. Al met al geven de eerste kuilanalyses van 2025 een positief beeld en vormen ze een solide basis voor het komende voederseizoen.

Bron: Eurofins Agro.
Lees ook:


