Na drie maanden dracht gaan de ongeboren lammeren pijlsnel groeien; zo’n 80 procent van het geboortegewicht wordt gevormd na de derde maand dracht. Dat kost energie. Ooien moeten veel meer gaan vreten maar dat is nog niet zo makkelijk. Wat is een goede aanpak? Achtergronden en tips. Deel 4 in de serie ‘Schapen voeren het jaar rond’.
- Deel 1: Ooien voeren na het spenen
- Deel 2: Flushen: zo pak je het aan (en verbeter je de vruchtbaarheid)
- Deel 3: Drachtige ooien en voeding in de eerste weken: zo pak je dat aan
- Deel 5: Voeren: puntjes op de i bij hoogdrachtige ooien
Maand voor aflammeren meer vreten
Minstens een maand voor de verwachte aflamdatum moeten drachtige ooien flink meer gaan vreten. Zo’n 80 procent van het geboortegewicht wordt namelijk gevormd na de derde maand van de dracht. De ongeboren lammeren nemen nu een groeispurt en dat vreet energie. Die energie krijgen ooien niet binnen met alleen het gras in de wei. Er staat niet zoveel meer en wat er nog wel staat, is waterig en bevat te weinig droge stof. Dat betekent in de meeste gevallen dat ooien bijgevoerd moeten worden. Om dat goed te kunnen doen, halen schapenhouders hun dieren veelal bij huis. Dat is wel zo praktisch, ook met het oog op diercontrole, maar het moet met beleid gebeuren. Voorkom de ‘ophaalziekte’.
