Piet Vellema over schapengezondheid: ‘Grootste winst zit in preventie’

Piet Vellema: "Acuut verlopende aandoeningen zoals mastitis en ecthyma worden vaak overschat, terwijl langzaam verlopende aandoeningen juist worden onderschat." Foto's Anne van der Woude

Deel dit artikel:

Welke gezondheidsproblemen bij schapen worden nog onderschat? Waar laten schapenhouders kansen liggen en welke ontwikkelingen gaan de diergezondheid de komende jaren veranderen? Een interview met dierenarts, Europees specialist kleine herkauwers en schapenhouder Piet Vellema over zwoegerziekte, resistentie, diagnostiek, vaccinatie, genetica en vooral: goed blijven kijken naar je dieren.

Piet Vellema geldt al tientallen jaren als een van de bekendste schapendierenartsen van Nederland en daarbuiten. Vanuit zijn werk in de praktijk, onderzoek en de monitoring van dierziekten volgde hij de ontwikkelingen in de schapengezondheid van dichtbij. Dit jaar verscheen zijn nieuwste boek Schapenziekten in woord en beeld, een zeer uitgebreid naslagwerk. Dat maakt Piet Vellema bij uitstek de persoon om terug te blikken op vijftig jaar schapengezondheid bij het 50-jarig jubileum van vakblad Het Schaap.

Wat heeft jou altijd gefascineerd aan schapen?

“Dat vind ik lastig precies aan te geven. Mijn interesse was altijd breder dan alleen kleine herkauwers. Na de middelbare school behoorde diergeneeskunde tot mijn studiekeuzes. Tijdens mijn studie heb ik lang getwijfeld tussen endocrinologie bij gezelschapsdieren en kleine herkauwers. Zelfs kindergeneeskunde heb ik overwogen. Dat ik uiteindelijk bij de schapen terechtkwam, is deels toeval.

Een baan zoals ik die bij Royal GD kon vervullen, komt niet vaak voorbij maar paste mij perfect: een combinatie van praktijk, onderzoek, opleiding en betrokkenheid bij uitbraken bij de bestrijding van dierziekten zoals mond-en-klauwzeer, blauwtong, Schmallenberg en Q-koorts. Dat alles in een omgeving met enthousiaste collega’s met een vergelijkbare instelling om elke dag weer iets goeds neer te zetten.”

Bestel het boek Schapenziekten in woord en beeld van Piet Vellema in de webshop

Van behandelen naar voorkomen

Wat is er het meest veranderd in de schapengezondheid?

“Terugkijken over een periode van vijftig jaar is niet eenvoudig, omdat er veel is veranderd. Aandacht voor de behandeling van het individuele dier naar preventie van koppelaandoeningen is een belangrijke verandering. De uitbraken van mond-en-klauwzeer (2001), het Schmallenberg-virus en blauwtong (sinds 2006) spreken waarschijnlijk het meest tot de verbeelding. Minstens zo belangrijk zijn de stappen die zijn gezet in de bestrijding en de preventie van infecties met inwendige parasieten, zoals leverbot en maagdarmwormen, en uitwendige parasieten zoals schurft. Hetzelfde geldt voor de aanpak van zwoegerziekte.

Die vooruitgang is mogelijk geworden door meer kennis en betere diagnostiek. Opvallend is dat veel aandoeningen die al in de eerste jaargang van Het Schaap uit 1976 werden beschreven – enterotoxaemie, zomerlongontsteking, pensverzuring, kopergebrek, kobaltgebrek, rachitis, eikelvergiftiging, uitwendige parasieten, inwendige parasieten, rotkreupel, ecthyma, urinestenen en zwoegerziekte – nog steeds actueel zijn.

Wat ook opvalt is de parallel met 1976. Ook dat was een jaar van extreme droogte. In een artikel uit de eerste jaargang staat de prachtige zin: ‘De koperen ploert heeft in het zuiden des lands onherstelbare vernielingen aangericht.’ Sommige uitdagingen blijken van alle tijden.”

Wie is Piet Vellema?

Piet Vellema studeerde in 1980 af als dierenarts aan de Universiteit Utrecht en werkte vrijwel zijn hele loopbaan in de gezondheidszorg van kleine herkauwers. Bij Royal GD gaf hij jarenlang leiding aan de afdeling Kleine Herkauwers. In 1996 promoveerde hij op onderzoek naar kobalt- en vitamine B12-gebrek bij lammeren en sinds 2008 is hij Europees specialist gezondheidszorg kleine herkauwers.

Vellema was betrokken bij de aanpak van onder meer mond-en-klauwzeer, blauwtong, Q-koorts en het Schmallenberg-virus. Ook publiceerde hij tal van wetenschappelijke en vakinhoudelijke artikelen en gaf hij wereldwijd lezingen over de gezondheid van kleine herkauwers. Sinds 2017 is hij bestuurlijk actief binnen de International Sheep Veterinary Association (ISVA), waarvan hij sinds 2025 voorzitter is. Daarnaast is Vellema zelf schapenhouder en auteur van het naslagwerk Schapenziekten in woord en beeld.

Welke dierziekten hebben de meeste impact gehad?

“In het verleden kwamen schapen vooral voor op melkvee- en akkerbouwbedrijven. Pure schapenbedrijven kwamen niet veel voor en de hobbyschapenhouderij zoals we die nu kennen, bestond amper. Op veel bedrijven waren inwendige parasieten erg belangrijk, des te meer naarmate het bedrijf intensiever was. Afhankelijk van de ligging van het bedrijf had leverbot in sommige jaren een enorme impact. Daarnaast had zwoegerziekte op veel bedrijven veel impact. Op de intensievere bedrijven was een jaarlijkse vervanging van een kwart van de populatie alleen vanwege zwoegerziekte geen uitzondering.”

Piet Vellema: “Veel schapenhouders benutten beschikbare kennis nog te weinig.”

Zijn er gezondheidsproblemen verdwenen die vroeger veel voorkwamen?

“Er zijn maar weinig gezondheidsproblemen die volledig zijn verdwenen. Wel komen veel aandoeningen tegenwoordig veel minder vaak voor. Dat geldt vooral voor in- en uitwendige parasieten, rotkreupel en voor ziekten waarvoor inmiddels goede vaccins beschikbaar zijn, zoals enterotoxaemie. Op zwoegerziektevrije bedrijven is deze aandoening zelfs helemaal verdwenen.”

Welke ontwikkelingen in behandeling hebben veel verschil gemaakt? 

“Toegenomen kennis en beschikbare diagnostische mogelijkheden zijn belangrijk geweest. Het is verbazingwekkend dat vooral de schapenhouderij daar nog steeds te weinig gebruik van maakt. Natuurlijk hebben behandelingsmogelijkheden ook een rol gespeeld, maar preventieve maatregelen zijn belangrijker. Daarbij gaat het niet alleen over betere en veiligere vaccins, maar ook over quarantaine en voeding.

Schapenhouders hebben veel meer kennis dan vijftig jaar geleden. Met die kennis kunnen ze hun dieren beter verzorgen. Daarbij gaat het niet alleen om betere maar meer om andere zorg: van zorg voor het individuele dier naar preventie van koppelaandoeningen.”

Terughoudender met diergeneesmiddelen

Welke adviezen gaf je vroeger die je nu niet meer zou geven?

“Dat zijn er meerdere. Vroeger adviseerde ik bijvoorbeeld om op bedrijven met een historie van nematodirose lammeren preventief te behandelen zodra ze minimaal zes weken oud waren en twee weken buiten liepen. Inmiddels weten we dat klinische nematodirose met gericht beweiden vaak kan worden voorkomen, waardoor behandeling niet nodig is.

In algemene zin ben ik terughoudender geworden in het preventief inzetten van antibiotica, anthelmintica, leverbotmiddelen en middelen tegen myiasis. Elke toepassing van een therapeutisch diergeneesmiddel vergroot immers het risico op resistentie. Voor vaccins ligt dit anders, maar ook daarbij adviseer ik geen standaardaanpak. Zo zou ik blauwtongvaccinatie altijd laten afhangen van een zorgvuldige risicoanalyse.”

Gezondheidsproblemen die nog aandacht vragen

Wat zijn op dit moment de grootste gezondheidsuitdagingen voor schapenhouders?

“Dat verschilt sterk per bedrijf. Op veel, vooral intensievere, bedrijven is zwoegerziekte nog altijd een van de belangrijkste aandoeningen. Op kleinere bedrijven lijkt de schade vaak minder groot, maar is de impact aanzienlijk. Veel bedrijfsgebonden aandoeningen zijn met een gerichte aanpak goed beheersbaar. Aandoeningen die bedrijfsgrenzen overschrijden zijn complexer voor schapenhouders. Daarbij gaat het om ziekten als mond-en-klauwzeer en blauwtong, maar ook om aandoeningen die we nu nog niet in Nederland hebben.”

Welke verbeterpunten zie je nog steeds op bedrijven?

“Er zijn nog veel bedrijven die de beschikbare kennis en diagnostische mogelijkheden onvoldoende gebruiken. Daarnaast zie ik aarzeling om vaccins in te zetten om problemen te voorkomen of te bestrijden. Financiën worden daarbij vaak ten onrechte aangehaald als belangrijkste argument.”

Is de aandacht voor preventie voldoende?

“Die is de afgelopen vijftig jaar enorm toegenomen, maar er is ruimte voor verbetering. De kennis van schapenhouders over diergezondheid is in de breedte heel erg toegenomen. Belangrijker nog is het herkennen van situaties en afwijkingen die schapenhouders niet eerder hebben gezien. Dat zou een aanleiding moeten zijn om de eigen dierenarts of de Veekijker van GD te benaderen. Aandoeningen die nog niet eerder in Nederland zijn voorgekomen, worden dan in een nog vroeger stadium ontdekt.”

Welke ziekte of aandoening wordt volgens jou onderschat?

“Acuut verlopende aandoeningen zoals mastitis en ecthyma worden vaak overschat, terwijl langzaam verlopende aandoeningen juist worden onderschat. Voorbeelden van die laatste zijn zwoegerziekte, maagdarmworminfecties en andere aandoeningen die leiden tot een verminderde groei. Ook de perinatale lammersterfte krijgt op veel bedrijven nog te weinig aandacht.”

Interview met Piet Vellema gaat verder onder de afbeelding

Waar maken schapenhouders zich volgens jou zorgen over?

“Ik weet niet daar recent breed onderzoek naar is gedaan. De uitbraken van blauwtong hebben op meerdere bedrijven tot grote financiële schade geleid. Daarnaast maken veel schapenhouders zich zorgen over de politieke wispelturigheid en de manier waarop de landelijke politiek omgaat met de wolf.”

Welke ontwikkelingen gaan de schapenhouderij de komende decennia het meest beïnvloeden?

“In Nederland zal de politiek steeds meer invloed uitoefenen op de dierhouderij en dus ook op de schapenhouderij. De stikstofmaatregelen kunnen, afhankelijk van de invulling, zowel een positieve als negatieve invloed hebben voor de sector. Ook het wolvenbeleid zal een grote rol spelen. Als dat niet verandert, zullen we steeds meer wolfwerende rasters plaatsen. Op termijn denk ik dat we concluderen dat dit geen wenselijke ontwikkeling is.

Tegelijk moeten we beseffen dat Nederland maar een klein schapenland is: minder dan 0,1 procent van alle schapen bevindt zich hier. In veel andere delen van de wereld speelt de schapenhouderij een veel grotere rol in de primaire voedselvoorziening en zijn de omstandigheden heel anders.”

Nieuwe ziekten, data en monitoring

Verwacht je nieuwe ziekten (door klimaatverandering)?

“De kans is groot dat we de komende decennia te maken krijgen met aandoeningen die we nu niet in Nederland hebben. Dit kan gaan om ziekten die elders voorkomen en op de een of andere manier Nederland binnenkomen. Het kan ook gaan om aandoeningen waar we nu nog geen weet van hebben. Schmallenberg-virus is zo’n aandoening die vóór 2011 ook elders niet bekend was, hoewel een aandoening die daar veel op lijkt wel bekend was. Klimaatverandering kan een rol spelen, maar de gevolgen op ziekten zoals leverbot en maagdarmworminfecties zijn nog niet met zekerheid te voorspellen. Daarom is monitoring van diergezondheid zo essentieel.”

Welke rol zie je voor sensoren, data en monitoring spelen?

“Data en monitoring spelen nu al een grote rol bij kennis over en inzicht in diergezondheid en dat wordt alleen maar meer. Tussen verschillende diersoorten is het belang daarvan verschillend. Voor sensoren gaat in de toekomst hetzelfde gelden. De kleinschaligheid van de Nederlandse schapenhouderij maakt dat Nederland met sensoren niet voorop gaat lopen.

Sinds januari 2010 is individuele identificatie met een elektronisch oormerk en registratie in een centrale database verplicht voor alle schapen in Nederland. Toch maakt, ruim vijftien jaar later, slechts een klein deel van de schapenhouders met meer dan vijftig dieren gebruik van een reader en een managementsysteem. Dit geeft een indruk van de snelheid waarmee nieuwe technologie in de sector wordt opgepakt. Ik verwacht dan ook niet dat de invoering van geavanceerde sensortechnologie snel zal verlopen.”

Interview met Piet Vellema gaat verder onder de afbeelding

Genetica biedt kansen voor zwoegerziekte

Gaat genetica een grotere rol spelen bij het voorkomen van problemen?

“Genetica speelt al een belangrijke rol bij de preventie van scrapie, bij bepaalde erfelijke aandoeningen en binnenkort bij de preventie en bestrijding van zwoegerziekte. Ook voor andere aandoeningen gaat dit gelden, maar in landen waar de schapenhouderij belangrijker is dan in Nederland zal die ontwikkeling sneller gaan. De kosten die met onderzoek naar de rol van genetica gepaard gaan, zijn de afgelopen jaren snel gedaald en dit biedt kansen.”  

Welke gezondheidsproblemen kunnen we in de toekomst mogelijk beter beheersen dan nu?

“De kans is groot dat we zwoegerziekte binnen afzienbare tijd met behulp van genetische testen beter kunnen beheersen. Voor de Nederlandse sector zou dat een grote kans zijn. Bij inwendige parasieten zal de vooruitgang door een combinatie van factoren geleidelijk plaatsvinden. Vaccinatie kan bij een aantal infectieziekten een grotere rol spelen, maar de schapenhouderij heeft voor de farmaceutische industrie geen grote prioriteit en autovaccins zijn in veel gevallen niet de juiste oplossing.”

Wat Piet Vellema van schapen leerde

Op welke bijdrage aan de sector ben je het meest trots?

“Trots is voor mij een vervelend woord. Door het noemen van een specifieke bijdrage doe ik andere bijdragen tekort. Er zijn veel momenten geweest die we als groep hebben gevierd.”

Welke situatie uit je loopbaan is je altijd bijgebleven?

“Jaren geleden was ik onderweg naar een schapenbedrijf in de provincie Groningen toen ik in een weiland naast de weg een schaap op haar rug zag liggen. Ik stopte in de berm, maar de sloot tussen de weg en het weiland was te breed om overheen te kunnen springen. Direct na mij stopte nog een auto. Een jonge vrouw stapte uit, nam een aanloop en kwam, zoals verwacht, midden in de sloot terecht. Ze baande zich een weg door het water naar de overkant en zette het schaap op haar poten. Daarna nam ze weer een aanloop, kwam weer in de sloot terecht, klauterde de wal op en stapte, zonder een woord te wisselen, in haar auto en reed weg.”

Niets meer missen over schapen? Meld je nu aan voor de gratis nieuwsbrief …
of neem een voordelig proefabonnement op Het Schaap!

Wat heb je van schapen geleerd?

“Ik heb beter leren observeren.”

Waar moeten jonge schapenhouders zich op voorbereiden?

“Jonge schapenhouders die een meer of minder groot deel van hun inkomen willen verdienen in de schapenhouderij, moeten zich bewust zijn van het feit dat de politiek zich in toenemende mate met de dierhouderij gaat bemoeien. Als je daar niet tegen kunt, moet je er misschien niet aan beginnen.”

Stel dat je één advies aan lezers van Het Schaap zou mogen geven voor de komende tien jaar?  

“Vraag je af waarom je schapen houdt en ga vervolgens je eigen weg. Maak je niet druk om zaken die je toch niet kunt beïnvloeden: dat is zonde van je energie en tijd.”

Lees ook deze artikelen van Piet Vellema:

Marjan Kornegoor

Marjan Kornegoor-Lijftogt is hoofdredacteur van vakblad Het Schaap. Met een team van schapenhouders, dierenartsen, deskundigen en ervaren vakredacteuren zet zij zich in voor betrouwbare, praktische en onafhankelijke vakinformatie voor schapenhouders. Door kennis, praktijkervaring en actuele ontwikkelingen te bundelen, wil ze bijdragen aan een sterke en toekomstbestendige schapenhouderij.
Als Achterhoekse boerendochter groeide ze middenin de agrarische sector op en zo ontstond haar liefde voor landbouwhuisdieren. Kornegoor studeerde Informatie en Communicatie en werkt inmiddels al ruim 30 jaar in de vakbladenjournalistiek. Zij werkte voor uitgeverijen als Misset en Vakmedianet, waar zij ervaring opdeed met zowel print- als online vakmedia. Daarnaast hield zij zich bezig met contentstrategie en de ontwikkeling van kennisplatforms voor professionals. Daarbij stond steeds de vertaling van specialistische kennis naar praktische informatie voor vakmensen centraal.
Neem gerust contact op voor vragen, opmerkingen of tips via hetschaap@eisma.nl.

Bekijk alle berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Haal meer uit je schapenhouderij. Meld je nu aan voor de gratis nieuwsbrief van Het Schaap!

Ontvang elke vrijdag het laatste nieuws, praktische tips, marktprijzen en achtergrondartikelen over gezondheid, voeding, fokkerij en veel meer. Sluit je aan bij de 6.000 schapenhouders die de nieuwsbrief al ontvangen. Mis niets meer!