Annemiek Heynens kocht tien jaar geleden haar eerste twee Hampshire Downs puur op het uiterlijk. “Ik had niet verwacht dat ik zo enorm veel plezier zou beleven aan het houden van schapen. Al wist ik toen ook nog niet dat er zoveel verschillende ziektes waren.”
Heynens kocht een huis in Bleiswijk (Z.-H.) met een weitje. De vorige eigenaar had daar schapen lopen en al snel begreep ze waarom. Het gras groeide snel en om 2.000 vierkante meter met de zeis bij te houden, bleek echt niet te doen.
Niets meer missen over schapen? Meld je nu aan voor de gratis nieuwsbrief …
of neem een voordelig proefabonnement op Het Schaap!
Geweldige koppen
“Het zijn prachtige dieren met geweldige koppen. In week één bleek al gelijk dat schapenhouden een uitdaging kan zijn. Het gaas om de wei zat niet goed dicht en weg waren ze. Ze doken het recreatiegebied in, hier in de directe omgeving. Eén schaap hadden we zo terug, maar nummer twee werd pas na een week weer gevonden”, lacht ze. De dierenarts moest er zelfs bij komen om het dier met een verdovingsspuit rustig te krijgen en weer naar zijn plek te vervoeren.
Eiwitrijk gras
“Het zijn sobere rassen, terwijl we ze af en toe ook op de dijk hier laten lopen met heel eiwitrijk gras. Dat vind ik nog wel eens lastig om goed af te stemmen, zodat je geen problemen krijgt.” Het weiland is wat klein om goed te kunnen omweiden tegen wormbesmetting. “Daarom laten we drie tot vier keer per jaar mest onderzoeken. Zelf heb ik een cursus gevolgd, dus ik weet hoe het werkt.”
Lees de hele reportage in Het Schaap 03



