Voor sommigen was het lammerseizoen niet anders dan anders, maar voor velen was het wezenlijk verschillend ten opzichte van voorgaande jaren. Dat laatste kan met de blauwtongsituatie te maken hebben, aangezien het aantal drachtige ooien sterk kan afwijken, maar ook het moment van aflammeren kan verschillen.
Bij de Veekijker ontvangen we verschillende signalen over ooien die de transitieperiode anders zijn ingegaan dan in voorgaande jaren. De transitieperiode is de periode waarin de overgang plaatsvindt van drachtige naar melkgevende ooi, oftewel zo’n drie weken vóór tot drie weken na aflammeren. De verschillen kunnen zijn in overmatige conditie, maar ook in ooien die er in mindere conditie voor komen te staan, met alle gevolgen van dien. Denk aan slepende melkziekte, stagnerende geboortes, aan de nageboorte blijven staan, baarmoederontsteking, weinig biest en melk, uierontsteking en zelfs sterfte.
