De Soay is een van de primitiefste bekende rassen, met alle kenmerken die bij een ‘natuurschaap’ horen: taai, klein, niet tam, gezond en met een schutkleur. De meeste Soays in Nederland hebben de zogenoemde moeflon-kleur: overwegend bruin, maar met een witte buik, witte achterhand (‘spiegel’), witte onderkaak, witte strepen boven het oog en ook de onderkant van de staart is wit. Maar er zijn ook egaal zwarte, bruine of gele. De bouw van de Soay moet altijd edel zijn: ranke poten, een smal en lang lichaam en een fijne kop die hoog wordt gedragen met een lange hals. De rammen dragen imposante, cirkelvormig gedraaide hoorns. Ook ooien kunnen gehoornd zijn. Het is een haarschaap, en heeft dus geen wol.
