De schapen van Anita en Mark Alderwegen zijn wekelijks te zien in de populaire tv-serie Zussen bij Omroep MAX op NPO 1. Rond de opnames van het eerste seizoen in 2024 sprak Het Schaap al eens met deze bijzondere biologische schapenhouders voor een uitgebreide bedrijfsreportage.
Lees hier hun bijzondere verhaal (een artikel uit 2024):
Als ze de loterij winnen, laat Mark direct een aparte jongveestal bouwen. Dan kan hij nog scherper sturen op een weerbare opfok. Anita kiest graag voor een inpandige verzuivelingsruimte met verkooppunt, meerdere zitjes en zicht op de schapen. Ideeën genoeg.
Geen beter plekje
Vooralsnog roeien de biologische schapenhouders met de riemen die ze hebben. De financiële druk is groot en de ondernemersruimte beperkt vanwege de stevige greep van natuurorganisaties op Schapenstreek. Toch kunnen ze zich geen beter plekje voorstellen. “Kijk dan hoe mooi het hier is! We zitten in een dicht bevolkt gebied en willen niks liever dan de inwoners betrekken bij onze vorm van landbouw.”

Decor van tv-serie ‘Zussen’
Stiekem gebeurt dat al. Want wekelijks kijken vele Nederlanders en Vlamingen binnen in de stal van Schapenstreek. Het bedrijf van Anita en Mark figureert namelijk in de serie Zussen. “Vorig jaar mei en juni is hier drie dagen non-stop gefilmd. Een gekkenhuis”, vertelt Mark. “Maar ook super spannend. Je verzint van alles om de schapen zo goed mogelijk in beeld te krijgen.”
Het echtpaar kijkt trouw elke aflevering. “Raar welke zaken je dan opvallen. De buitenomstandigheden bijvoorbeeld. Vorig jaar was het prachtig weer en nu is alles nog zeikesnat. We hebben nog niks kunnen maaien. En met de dag neemt de voederwaarde van het gras hard af. Dat gaat ons productie en gezondheid kosten.”
Niets meer missen over schapen? Ontvang iedere vrijdag het belangrijkste nieuws en praktische tips in je mailbox.
Weerbare dieren
Daarbovenop kan Mark op dit moment zijn dieren niet weiden zoals hij graag wil. “Eén van mijn stokpaardjes is etgroen. Tijdens de opfok schaar ik de lammeren alleen uit op land waar de eerste snee net vanaf is. Als biologische schapenhouder ben je grotendeels afhankelijk van de weerbaarheid van je dieren. Een schaap dat in evenwicht is met zijn omgeving, heeft de kracht om veel kwalen zelf te overwinnen. Ik kan helpen sturen. Enerzijds door sterk te selecteren en anderzijds door je bewust te zijn waaraan je dieren blootstelt. Maagdarmwormen bijvoorbeeld. Op etgroen zijn die wel aanwezig, maar in lage aantallen zodat een jong dier natuurlijke afweer kan opbouwen. Je zult zien, later als melkschaap kunnen ze dan zonder al te veel problemen grazen op de natte natuurgronden. Vooral de druk van Nematodires is hier heftig. Ik vertik het om non-stop middelen toe te dienen. Uit respect voor het schaap, de aarde en ook de mensen hè. Residuen komen hoe dan ook in de melk en uiteindelijk in jouw ijsje terecht.”




Zuinig op land
Hoeft hij dan echt nooit te ontwormen? Tocht wel, vertelt de schapenhouder. Maar alleen op basis van mestmonsters en met de juiste (geen breedwerkende) middelen. Daarnaast behandelt hij enkel in de droogstand of vlak na het aflammeren.
“De melk gaat dan toch niet in de tank en de dieren staan binnen. Belangrijk, want dan scheiden ze de chemicaliën in de stal uit. Nooit in het land! Gif verstoort het ecosysteem dat voor een goede grasoogst moet zorgen. En het kruidenrijke hooi vormt jaarrond de basis van ons rantsoen. Daar moeten de schapen van groeien, gezond blijven, melk produceren en lammeren van voortbrengen. Het liefst had ik dan ook meer invloed op de kwaliteit ervan. Een klavermengsel inzaaien voor een hoger eitwitgehalte bijvoorbeeld. Of een betere afwatering. Helaas zijn de beheersrichtlijnen erg strikt en mogen we weinig.”
Brok wordt enkel in de melkstal gevoerd. Maximaal een halve kilo per dag.
Dikke melk, volle ijssmaak

Stengelig ruwvoer, weinig luxe en natte weilanden. Knap schaap dat hier melk van weet te maken. Onze dieren zijn inderdaad uniek, lacht Anita. Het koppel is een mix van drie rassen. “Fries melkschaap voor de melkgift, Lacaune omdat die wel een stengeltje lust en heel hoge gehaltes vererft, en tot slot Solognote vanwege de hoge resistentie tegen leverbot en geschiktheid voor nattere gebieden.”
Het resultaat zijn ‘buffels’ van schapen die het goed doen op een sober en wisselend voeraanbod. Het aantal liters is met 200 liter per jaar per dier beperkt, maar dankzij hoge vet- en eiwitpercentages (ca. 15%) ideaal voor de productie van romige standyoghurt, kwark, verse kaas en vooral ijs.
“Tot 2006 haalde kaasmaker Willig alle melk op, toen molken we ook nog zo’n drie- à vierhonderd dieren. De leveringsverplichting stond ons tegen. Nadat we een tweedehands ijsmachine konden kopen, zijn we alles zelf gaan verzuivelen. Ik vind ijs het leukst om te maken. Dat brengt ook goed geld op. Er gaat 800 ml schapenmelk in één kilo ijs en per ochtend verwerk ik ongeveer 40 liter. Op jaarbasis maken we ruim 5.000 kilo met verschillende smaken. Het meeste verkopen we hier op het erf. Twee euro per bolletje. Zeker op zonnige dagen is het niet aan te slepen. We zitten langs een vaart en recreanten meren simpelweg hun bootjes aan en lopen naar ons winkeltje.”
Dorset-genen
Tijdens het lammetjesweekend in mei verkocht het bedrijf 3.000 bolletjes ijs. Maar de vraag is zeker niet altijd zo groot, vervolgt Mark. “Dan vriezen we de melk in. Op die manier overbruggen we deels de periode dat we geen schapen melken. Zoals in de droogstand.” Die gaat ongeveer november in. Voor een geleidelijke overgang, schakelt de schapenhouder dan terug van twee keer melken per dag naar een keer. Voor zover de ooien zichzelf nog niet hebben drooggezet, grinnikt hij. Pas na het aflammeren (eind februari, begin maart) starten de dieren weer op.
Apart van de 120 melkschapen staat in de stal een groep van 34 overlopers die in juli gedekt gaat worden. “Dan kunnen we met kerst toch wat vers ijs aanbieden”, legt Anita uit. Mark wijst op het naastgelegen hok. Daarin staan de toekomstige toppers van het bedrijf, 38 dieren met een wat afwijkend uiterlijk. De wol op de kop en robuustere bouw verklappen het vaderdier. “Eigenlijk was hij tweede keus, maar na het snelle afhaken van de Charmoise-ram kozen we voor een overjarige Poll Dorset. Deze ram vererft zowel melk als vlees en is ook nog eens sterk tegen maden.”




Meerlingen
“Het valt anderen altijd op hoe vruchtbaar onze ooien zijn”, vervolgt Anita. Drielingen bij een eerste worp komen regelmatig voor. “Volgens mij komt dat omdat Mark de schapen niet tot het uiterste drijft. Ze hebben een lage productie en houden dus meer energie over voor hun lammeren.” Wellicht is dat ook de oorzaak van het lage verwerpingspercentage, slechts 1 à 2 procent.
Mark: “Daar zijn we echt heel blij mee. En eerlijk gezegd verrast het ook een beetje. Vanwege onze publieksfunctie lopen hier constant mensen op het erf en door de stallen. Kinderen spelen in het ruwvoer en sommige bezoekers nemen zelfs hun hond mee. Je houdt je hart vast voor insleep van ziekten als Toxoplasmose en Chlamydia. Antibiotica gebruik ik al twintig jaar niet meer. Dat wil ik graag zo houden. Daarom zou ik zo graag een aparte en afgesloten jongveestal hebben.”
De lammeren gaan twee dagen na de geboorte naar de lambar. De moeders worden zo snel mogelijk gemolken. “Dan komt de melk er het beste onder”, vertelt Mark. Hij is trouwens de enige die in de 2 x 8 stands melkstal komt. “Er moet heel schoon gewerkt worden en dat vertrouw ik alleen mezelf toe.” Na 25 jaar heeft hij het kunstje goed onder de knie. “Een kwestie van ervaring. Zeker als je rauwmelkse kaas maakt, worden ongeregeldheden rigoureus afgestraft. Kijk, in de uier is de kwaliteit van de melk altijd goed. Daarna draait het vooral om spoeling en koeling. Van jetters tot kaastobbe, alle installaties en leidingen moet je grondig kunnen reinigen en desinfecteren.”
De inrichting zou wel wat luxer mogen, besluit hij. “Maar ja, het was lange tijd onzeker of we hier mochten blijven en nu de kogel door de kerk is, wil de bank ons geen lening meer geven. We zijn te oud. Vandaar dat we wachten op de loterij.”


