Nieuws

Eerste geval resistentie Zolvix

1

De Gezondheidsdienst voor Dieren heeft het eerste geval van resistentie tegen het nieuwe wormmiddel Zolvix vastgesteld. Twee andere bedrijven zijn ernstig verdacht.

De geconstateerde resistentie bij de rode lebmaagworm Haemonchus contortus is onverwacht snel. Zolvix is pas sinds januari 2011 op de markt. Het middel heeft monepantel als werkzame stof.

Vorige week luidde de GD de noodklok over een ander middel dat steeds slechter werkt tegen haemonchus: Cydectin. De GD ontdekte het eerste geval van resistentie daartegen pas twee jaar geleden en spreekt nu over een groot en groeiend probleem. Heel veel bedrijven blijken er nu al mee te maken te hebben.

De ontdekking dat Zolvix nu ook met resistentie te maken heeft, maakt de bestrijding van haemonchus enorm lastig. Zolvix was het enige andere middel dat alle levensstadia van haemonchus  bestrijdt. Levamisole werkt niet altijd omdat het de zogeheten L4- en L5-larven van haemonchus niet goed doodt. Benzimidazolen bestrijden haemonchus niet.

Volgens Suzan Hendriksen van Novartis Animal Health, de leverancier van Zolvix, lijkt het erop dat de getroffen drie bedrijven Zolvix herhaaldelijk als enige wormmiddel hebben gebruikt. Novartis heeft vanaf de introductie van het middel daar juist voor gewaarschuwd en adviseerde Zolvix mondjesmaat in te zetten. Zij zegt dat op het bedrijf waar de GD resistentie vaststelde drie jaar achtereen de ooien met Zolvix zijn behandeld en de lammeren in die periode 2-3 keer. In totaal zou de schapenhouder tien keer in drie jaar Zolvix hebben ingezet.

De GD kreeg in juli melding dat op het eerste bedrijf schapen stierven ondanks behandeling. De GD onderzocht mestmonsters nadat Zolvix was ingezet en vond verbazingwekkend hoge aantallen wormeieren in de mest. Daarna heeft de GD een test gedaan op dat bedrijf: 10 lammeren kregen Zolvix en 10 niet. Van elk dier is mest onderzocht, zijn larven gekweekt en onderzocht. Op basis daarvan bleek vorige maand dat het wormmiddel een extreem lage effectiviteit had.

Omdat het om een incident kon gaan, bracht de GD de ontdekking nog niet in de publiciteit. Nu er kort achter elkaar twee ernstige verdenkingen bij zijn gekomen, slaat de GD alarm. De drie bedrijven hebben overigens niets met elkaar te maken.

Piet Vellema van de GD roept op schapenhouders die Zolvix de afgelopen 2,5 jaar meer dan één keer aan hun schapen hebben toegediend, mestmonsters naar de GD te sturen. De GD bepaalt daarbij de aantallen wormeieren per gram en dat is een belangrijk om te weten of een wormmiddel nog werkt. Het verzamelen van de ‘gepoolde’ mestmonsters moet dan wel tussen 10 en 14 dagen na het ontwormen gebeuren. Is Zolvix recent niet gebruikt dan leert het mestonderzoek hoe de haemonchusstatus van het bedrijf is na alle Zolvixbehandelingen van de afgelopen jaren. Vellema vraagt of de inzenders duidelijk op het inzendformulier willen aangeven dat het om monepantel (Zolvix) gaat.

Novartis onderzoekt of er eventueel iets anders aan de hand kan zijn dan resistentie. De kans is minimaal, maar wellicht is er iets mis gegaan met het middel. Van het derde bedrijf, waarvan de ernstige verdenking gistermiddag bleek, is het batchnummer van de gebruikte Zolvix bekend. Susan Hendriksen van Novartis hoopt ook de batchnummers van het middel op de andere twee bedrijven te kunnen achterhalen. Novartis zal ook haemonchuslarven van de getroffen bedrijven in hun Zwitserse laboratorium genetisch onderzoeken.

Dit jaar zijn er veel haemonchusbesmettingen. Die zorgen er mede voor dat de explosieve resistentietoename tegen Cydectin en de eerste vastgestelde resistentie tegen Zolvix nu duidelijk zijn geworden.

Voor bedrijven met een Zolvixresistentie is er geen algemeen advies. De ernst van het probleem, en dus ook de aanpak ervan, moet blijken uit het mestonderzoek.

Inschrijven nieuwsbrief

1 reactie op “Eerste geval resistentie Zolvix

  1. Peter Lucardie schreef:

    Mijn advies: gebruik chemische bestrijdingsmiddelen alleen in uiterste nood.
    Door regelmatig kruiden (sporadisch wormkruid) te eten te geven, wilgentakjes,oregano etherisch olie in drinkwater, uitweiden op veilige weiden (zonder kunstmest en zonder drijfmest, vooral niet als die is geïnjecteerd) wel organische/biologische mest uitstrooien,
    Effectieve Micro organismen (ME) over het land eventueel ook keltisch zeezout maakt de schapen sterker waardoor ze veel minder last hebben van de wormen. niet bestrijden, leren te aacepteren en voor symbiose zorgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.