De Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) gaat het landelijk antibioticagebruik bij meer diersoorten bijhouden. Tot nu toe ging dat vooral om rundvee, kalveren, varkens, pluimvee en vleeskonijnen. Vanaf 2027 moeten bijvoorbeeld ook schapen en paarden worden meegenomen in de officiële cijfers. Die verplichting komt voort uit Europese regels om het gebruik van antibiotica per land en per sector beter in beeld te brengen, terug te dringen en ook om resistentie te voorkomen.
De SDa brengt jaarlijks het antibioticagebruik bij diverse landbouwhuisdieren in kaart. In het nieuwste rapport ‘Het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren in 2024’ blijkt het gebruik redelijk stabiel. De totale verkoop van antibiotica steeg met 4% ten opzichte van 2023, maar ligt nog altijd 75,5% lager dan in het referentiejaar 2009.
In de vleeskuiken- en vleeskonijnensector daalde het gebruik, bij runderen en kalveren bleef het gelijk, en bij varkens was sprake van een lichte stijging. Voor het eerst werd ook het antibioticagebruik bij eenden gemeten, dat bleek laag. In vrijwel alle sectoren nam het aantal structureel ‘hooggebruikers’ af, behalve in de kalversector was juist een toename te zien.
Schapensector nog niet gemonitord
Schapenhouders die bedrijfsmatig of als neventak schapenvlees of -melk op de markt brengen moeten nu al een medicijnregistratie bijhouden. Voor schapen is een landelijke monitoring van de gehele sector nieuw. Het eerste rapport moet in 2027 verschijnen en zal betrekking hebben op het jaar 2026. SDa-directeur Hetty Schreurs: “Tot nu toe zijn er geen complete cijfers van de schapensector; de registratie is vaak beperkt en versnipperd.”
Aanpak
De SDa stelt de rapportages op, maar de daadwerkelijke opdracht ligt bij het ministerie van LVVN. Daar bepalen ze hoe de gegevens over schapen verzameld gaan worden, in overleg ook met de sector. “Het zou bijvoorbeeld kunnen dat dierenartsen straks bij het voorschrijven van antibiotica moeten aangeven of het om melkschapen, vleesschapen, begrazing of hobbydieren gaat. Zo’n aanpak wordt ook al bij andere diersoorten ingezet maar bij elke sector werkt het weer anders. Het uiteindelijke beleid wordt in Den Haag bepaald,” aldus Schreurs. “Waarschijnlijk weten we in oktober of november meer.” De SDa denkt mee over mogelijke scenario’s voor monitoring van diersoorten die nu nog niet worden gevolgd.
Antibioticagebruik bij schapen laag
De verwachting is dat het gebruik in de schapensector relatief laag ligt. In 2024 bleek bijvoorbeeld nog uit gezamenlijk zoönosen-onderzoek van NVWA, RIVM en WFSR dat antibioticaresistentie in de schapensector weinig voorkomt.
“Zo’n tien jaar geleden onderzocht de GD het antibioticagebruik bij schapen, en ook toen bleek het gebruik zeer laag,” zegt Schreurs. “Toch wil men op Europees niveau nu van álle schapen weten hoeveel antibiotica wordt ingezet, mede om resistentie beter te kunnen volgen. In landen als Engeland, waar enorm veel schapen worden gehouden, kan het beeld weer heel anders zijn dan in ons land.”
Expert Inge van Geijlswijk zei destijds over dat onderzoek van de GD: “Het lijkt erop dat er geen sprake is van een hoog verbruik in de sector. Minder dan bij geiten zelfs. De situatie lijkt niet zorgwekkend te zijn. Schapen worden veelal extensief gehouden. Maar op de intensieve bedrijven is de kans groter dat het antibioticaverbruik hoger ligt, net als we in de geitenhouderij hebben gezien. Iedereen moet zich realiseren dat antibiotica geen managementtool zijn. Zodra je antibiotica inzet, selecteer je direct op resistentie.”
Lees ook:


