In 2015 deed NSFO onderzoek naar resistentiepatronen tegen de meest gebruikte wormmiddelen in Nederland. Nu, tien jaar later, willen ze dit onderzoek herhalen. Wat is er veranderd? Welke middelen werken inmiddels minder goed? En voor welke middelen is het resistentiepatroon nog steeds vergelijkbaar?
Voor dit onderzoek zoeken ze verspreid over het land bedrijven om een zo representatief mogelijke afspiegeling van de Nederlandse schapensector te onderzoeken. Per te onderzoeken wormmiddel zijn er 7 afgelammerde ooien nodig, en daarnaast dient er op het bedrijf een controlegroep van minimaal 7 afgelammerde ooien te zijn die niet worden ontwormd. Elsa Tijhof, NSFO: “Dit betekent dus dat er per bedrijf minimaal 21 ooien nodig zijn die in dezelfde twee weken hebben gelammerd. Ooien die worden geïncludeerd dienen te zogen en gezond te zijn.”
De uitslagen van het onderzoek worden gedeeld met de deelnemende bedrijven. “Ons doel is om een zo representatief mogelijke afspiegeling van de Nederlandse schapensector te krijgen, zodat de resultaten ook door schapenhouders die niet mee doen gebruikt kunnen worden om hun te ondersteunen bij managementbeslissingen.”
Er zijn nog enkele plekken beschikbaar voor dit onderzoek naar resistentiepatronen tegen wormmiddelen. Het onderzoek gaat dit voorjaar van start. Lijkt het je interessant om mee te doen: neem dan contact op met Elsa Tijhof via
Lees ook:


