Een graasdierpremie voor schapen en zoogkoeien draagt bij aan biodiversiteit, is goed voor vergroening en kost relatief weinig. Dat zijn de conclusies van LEI Wageningen UR.
Het LEI heeft in opdracht van het ministerie van Economische Zaken geïnventariseerd welke grond als landbouwgrond en niet-landbouwgrond kan worden gedefinieerd. Verder is nagegaan wat de consequenties zijn van het werken met één of met verschillende hectarebetalingen per gebied, waarbij onderscheid is gemaakt in landbouwgrond, natuurgrasland, natuur met mogelijk landbouwkundige activiteit en overige natuur. Ook is bekeken hoe met behulp van een graasdierpremie met daaraan gekoppelde begrazingsovereenkomsten het GLB een bijdrage zou kunnen leveren aan vergroening en natuurbeheer op niet-landbouwgronden.
Het LEI is bij de berekeningen uitgegaan van een premie van 24 euro per schaap. Zo’n honderdduizend schapen zouden voor de premie in aanmerking kunnen komen. Het ministerie van Economische Zaken beslist over het beschikbare bedrag en de premie per schaap. Daarover is nog niets bekend.


