De omstandigheden tijdens de dracht hebben een grote invloed op de ontwikkeling van de ongeboren lammeren. Als de dracht optimaal verloopt, hebben de nakomelingen daar hun hele leven lang voordeel van. Zij geven op hun beurt die voordelen weer door aan hun nageslacht.
Tekst: Reinard Everts (NSFO). Foto: Henk Riswick
De evolutietheorie leert ons dat een dier zich kan aanpassen aan zijn omgeving. Vaak gaat dat dan via soms ingrijpende mutaties in het DNA waardoor het dier een voordeel heeft ten opzichte van soortgenoten. Daardoor is het beter in staat is om zich voort te planten en zijn genen door te geven aan een steeds groter gedeelte van de populatie. Tot zover niets nieuws.
