Er stierven ruim 37.500 schapen meer tijdens de blauwtong-uitbraak van 4 september en 31 oktober 2023 dan in diezelfde periode in voorgaande jaren, blijkt uit een nieuwe analyse van de cijfers door Royal GD. Wat kwam er nog meer naar boven uit die cijfers?
De Gezondheidsdienst voor Dieren heeft voor een verdiepende analyse naar blauwtongsterfte de data van de RVO gebruikt van alle schapen- en geitenbedrijven van 1 november 2019 tot en met 31 oktober 2023. Daarnaast heeft de NVWA de meldingsgegevens van schapen- en geitenbedrijven met BTV-3 beschikbaar gesteld aan de GD voor deze analyse.
Meer volwassen dieren getroffen
Hoeveel dieren liepen er rond en hoeveel zijn er gestorven in die eerste blauwtong-maanden van 4 september tot en met 31 oktober 2023? Van de 419.000 lammeren zijn er 23.279 gestorven, dat is 5,6 procent van het totaal aantal lammeren; een verschil van ruim 14.000 gestorven lammeren ten opzichte van voorgaande jaren.
Van de volwassen schapen – 519.000 stuks – zijn er in diezelfde periode 29.882 dieren gestorven, dat is 5,8 procent van het totaal aantal volwassen dieren. Dat zijn 23.560 meer gestorven volwassen dieren dan in eerdere jaren en zelfs ook meer dan het aantal lammeren. Normaal ligt de sterfte van volwassen dieren een stuk lager dan de sterfte bij lammeren – zie onderstaande cijfers van gestorven dieren 2019-2022.

Er stierven dus ruim 37.764 schapen meer dan in dezelfde periode in voorgaande jaren, en blijkbaar vooral meer volwassen schapen dan normaal. Hoe valt dat laatste te verklaren? René van den Brom van de GD: “We kunnen er uiteraard verschillende hypotheses op loslaten waarom die sterfte bij volwassen dieren groter is maar concrete onderzoekscijfers hebben we niet. Volwassen dieren hebben minder buikwol dan lammeren en worden misschien sneller geprikt. Lammeren worden misschien wel evenveel geprikt maar zijn minder vatbaar of hebben meer weerstand, etc. Ik hou me echter liever aan onderzoeksresultaten, die zijn er niet en dat is helaas ook geen onderzoek dat we zo kunnen opzetten.”
Sterftecijfers beroepsmatige en kleinschalige bedrijven
Zijn er verschillen in sterfte bij de meer beroepsmatige schapenbedrijven (BS) met meer dan 32 volwassen schapen of als kleinschalige schapenbedrijven (KS)? Bekijk deze cijfers:

Hogere sterfte bij niet-gemelde bedrijven
De sterfte was niet alleen verhoogd bij bedrijven die BTV-3-verschijnselen meldden bij de NVWA, maar ook bij bedrijven die niet gemeld hebben maar wel in besmet gebied lagen, waren de sterftecijfers hoger. Er werd in de genoemde periode trouwens geen oversterfte waargenomen bij geiten.
Twee overzichten met lammersterfte en schapensterfte:


Sterftepercentage
De bovenstaande cijfers geven een indruk van de impact van de BTV-3 en de gepresenteerde cijfers zijn (uiteraard nog) niet compleet. Zo blijkt uit de cijfers de sterfte op beroepsmatige schapenbedrijven die al tenminste zes weken met BTV-3 geïnfecteerd waren, gemiddeld 25 procent van de dieren. Dit cijfer is waarschijnlijk een onderschatting omdat de infectie op deze bedrijven eind oktober ook nog gaande was.
In de onderstaande grafiek is het percentage van gestorven schapen (periode van melden tot en met 31 oktober) afgezet tegen beroepsmatige schapenbedrijven die in de eerste helft van september klinische verschijnselen van BTV-3 hebben gemeld bij de NVWA.

Bijzondere waarnemingen melden
René van den Brom van de GD: “Het allerbelangrijkste van deze analyse is dat we nu concrete cijfers hebben die nog meer duidelijk maken dat we echt een vaccin nodig hebben in het voorjaar. En ik wil alle schapenhouders ook op het hart drukken dat ze alert blijven op bijzondere waarnemingen en eventuele aangeboren afwijkingen gelijk melden. In het voorjaar willen we zeker ook in die ontwikkelingen duiken.”
Royal GD noemt ook dat de bovenstaande sterfteanalyses herhaald moeten worden op het moment dat de BTV-3 uitbraak van 2023 helemaal ten einde is.
Meer over blauwtong:


