Als schapenscheerder in Ermelo en omgeving bleef hij steeds vaker met tweede kwaliteit wol zitten. Tegelijkertijd hoorde hij in de wandelgangen van de plaatselijke politiek de roep om circulariteit luider worden. Eén plus één is twee dacht Dirk Jan van Dalfsen: hij verwerkt vervuilde wol tot mestkorrels.
HOE WERKEN DE KORRELS VAN WOL?
“Je kent vast wel die vervuilde stukken die overblijven na het scheren. Buikwol en plukken rond de staart bijvoorbeeld, met een klontje stront erin. Daar persen we pellets van. Die korrels kun je gebruiken als meststof. Ze bevatten voor zo’n tien maanden aan voedingstoffen en eenmaal ondergewerkt in de grond, verbeteren ze de structuur en het waterbergend vermogen. Uiteindelijk zetten wormen de vezels om in humus.”
