Deelnemers aan het Keurmerk Zoönosen scoren over het algemeen hoog op maatregelen tegen zoönosen. De gemiddelde scores per onderdeel liggen vaak tussen de 80 en 90 procent. Dat blijkt uit de analyse door GD van de ingevulde checklists van 1.308 deelnemende bedrijven over 2025.
Het Keurmerk Zoönosen is bedoeld om bedrijven bewust te laten omgaan met risico’s op overdraagbare ziekten tussen dieren en mensen. Deelnemers vullen daarvoor een checklist in, waarmee wordt beoordeeld of voldoende maatregelen zijn genomen om zoönosen te voorkomen. GD analyseert jaarlijks de ingevulde checklists om inzicht te krijgen in de maatregelen die bedrijven nemen.
Van de 1.308 bedrijven die in het onderzoek zijn meegenomen, heeft 91 procent een publieksfunctie. Het gaat om een diverse groep bedrijven. Ongeveer twee derde heeft een publieksfunctie in de zorg, zoals een zorginstelling of zorgboerderij. Een derde richt zich op activiteiten of educatie, bijvoorbeeld met een zichtstal, schaapskooi of onderwijsfunctie. Ook kinderboerderijen nemen veel deel. Daarnaast doen onder meer boerderijwinkels, kinderopvanglocaties, maneges en recreatiebedrijven mee.
Niets meer missen over schapen? Meld je nu aan voor de gratis nieuwsbrief …
Preventieve maatregelen
Onder de deelnemers bevinden zich ook professionele veehouderijen met grote aantallen dieren. Zo lopen de maximale aantallen op tot 4.700 schapen, 5.900 geiten en meer dan 500.000 stuks pluimvee. Deze bedrijven vormen echter een klein deel van de deelnemers. Gemiddeld liggen de aantallen dieren per bedrijf veel lager. Deelnemende bedrijven houden gemiddeld zes schapen, vijf geiten, 25 runderen, drie paarden of ezels, twee varkens en achttien stuks pluimvee. Op veel bedrijven lopen meerdere diersoorten naast elkaar, maar meestal in kleine aantallen. Dat hangt samen met het grote aandeel zorg-, educatie- en kinderboerderijen onder de deelnemers.
Uit de analyse blijkt dat bedrijven over het algemeen goed scoren op maatregelen tegen zoönosen. De meeste deelnemers hebben volgens GD de belangrijkste preventieve maatregelen genomen.
Geen ‘Chlamydia Check’
Bij kleine herkauwers, waaronder schapen, worden het vaakst punten gemist doordat bedrijven niet beschikken over een zogenoemde Chlamydia Check. Ook bij geiten ontbreekt soms CL-certificering. Daardoor ligt de score bij deze onderdelen soms lager, al blijft het algemene beeld volgens GD positief. De score rondom varkens kwam het minst uit de analyse.
Een ander onderdeel van de checklist betreft het contact tussen dieren en publiek. Op veel deelnemende bedrijven kunnen bezoekers direct of indirect met dieren in aanraking komen. In dat geval worden voor dit onderdeel vaak geen punten toegekend. Volgens GD is dat niet verrassend, omdat veel publieksbedrijven juist deelnemen aan het keurmerk omdat bezoekers contact hebben met dieren.
Handen wassen
Hygiëne blijft een belangrijke maatregel. Het wassen of desinfecteren van handen na contact met dieren is volgens GD de meest effectieve manier om verspreiding van zoönosen te voorkomen. Vrijwel alle bedrijven bieden hiervoor voorzieningen. Slechts tien van de 1.308 geanalyseerde bedrijven gaven aan geen mogelijkheid te bieden om handen te wassen of te desinfecteren. Het ging daarbij vooral om bedrijven zonder publieksfunctie of zonder direct contact tussen dieren en bezoekers.
Volgens GD laat het onderzoek zien dat deelnemers aan het Keurmerk Zoönosen over het algemeen serieus werk maken van maatregelen om zoönoserisico’s te beperken. Vooral op bedrijven waar publiek in contact komt met dieren blijft aandacht voor hygiëne en preventie belangrijk.
Lees ook over zoönosen:
- Chlamydia abortus: belangrijkste oorzaak besmettelijke abortus
- Zoönose-onderzoek: weinig antibiotica-resistente bacteriën in schapenhouderij
- Abortusverwekkers blijken opvallend vaak besmettelijk
- Zoönosen: ‘Neem besmettingsrisico’s van schaap op mens serieus’


