De Raad van State heeft een kritisch advies uitgebracht over het ontwerpbesluit van staatssecretaris Jean Rummenie dat de bescherming van de wolf in Nederland regelt. De belangrijkste conclusie is: het huidige voorstel bevat regels die te ruim zijn rond het vangen of doden van probleemwolven.
De beschermingsstatus van de wolf onder de Europese Habitatrichtlijn is dit jaar verlaagd, maar het dier geldt nog steeds als ‘beschermd’. Rummenie wil de voorwaarden waaronder een wolf kan worden gevangen of gedood verruimen. De Raad van State vindt deze voorwaarden te ruim en raadt aan ze aan te passen.
Criteria
Om op te kunnen treden bij incidenten, kan het onder omstandigheden nodig zijn een individuele wolf te vangen om vervolgens een zender aan te brengen en het gedrag van de wolf te volgen. Als uiterst middel kan het nodig zijn een individuele wolf te doden. Met de huidige wet is het al mogelijk om een vergunning te krijgen voor het vangen of doden van een wolf als aan drie criteria is voldaan:
- er bestaat geen andere bevredigende oplossing;
- het is nodig vanwege één van de belangen genoemd in de huidige wet, bijvoorbeeld: de openbare veiligheid; en
- er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven om de wolf als diersoort in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
In de toelichting bij het ontwerpbesluit wordt volgens de Raad van State niet duidelijk gemaakt waarom de huidige wetgeving en het beleid rond probleemwolven en probleemsituaties niet voldoende zouden zijn, en hoe de nieuwe regels dat zouden verbeteren. Ook hebben ze opmerkingen over de voorgestelde ‘koepelvergunningen’. Daarmee kan vooraf toestemming worden gegeven om wolven te vangen of te doden, zonder dat vaststaat of aan alle drie de wettelijke voorwaarden is voldaan. De Raad van State adviseert om alleen individuele vergunningen te verlenen.
Als de wolf eenmaal in een gunstige staat van instandhouding verkeert, worden de mogelijkheden om bij problemen wolven te vangen of te doden ruimer. Nu is er echter nog sprake van een ongunstige staat van instandhouding, en daardoor zijn de mogelijkheden volgens de Habitatrichtlijn beperkt.


