Bij Bureau Diergeneesmiddelen (BD) zijn tot nu toe 171 meldingen binnengekomen van vermoedelijk verminderde werking van de blauwtongvaccins. Het gaat om 100 vaccinaties bij schapen en 71 bij runderen. Dit heeft minister Wiersma deze week gemeld in een Kamerbrief.
BD analyseert de meldingen en bespreekt deze met de fabrikanten. Sinds de toelating van de vaccins maakt BD elke maand een rapport van alle meldingen, inclusief een beoordeling, zoals dat in het diergeneesmiddelenbewakingssysteem is beschreven in de Europese diergeneesmiddelenverordening. De Commissie toelating diergeneesmiddelen (Ctd) beoordeelt vervolgens of de ‘positive benefit/risk’ balans voor het specifieke vaccin nog steeds van kracht is.
Geen studie naar hervaccinatie
Minister Wiersma meldt in de Kamerbrief: “Voor twee van de drie vaccins gaf de bijsluiter aan dat een eenmalige vaccinatie voor schapen zou volstaan. Mede naar aanleiding van overleg tussen BD en de fabrikanten heeft de Ctd mij geadviseerd hervaccinatie met dat vaccin mogelijk te maken, omdat dierenartsen in dat geval moeten afwijken van de bijsluiter. Dat is geregeld, en BD heeft de dierenartsen hierover geïnformeerd. Hierbij is relevant te vermelden dat er voor deze vaccins geen studies zijn gedaan waaruit blijkt dat schapen door een hervaccinatie beter beschermd zullen zijn tegen ernstige verschijnselen of sterfte.”
Fabrikanten doen onderzoek
“Verder doen de fabrikanten naar aanleiding van de meldingen ook zelf onderzoek”, vervolgt Wiersma. “De Deskundigengroep Dierziekten heeft aangegeven dat, in het algemeen, een betere werkzaamheid door een tweede vaccinatie van dit type vaccins kan worden verwacht. Dat heeft WBVR tijdens het door de GD georganiseerde webinar over blauwtong nogmaals aangegeven.”
Ze vervolgt: “Tevens hebben de deskundigen gezegd dat vaccinatie een tweeledig effect kan hebben: het directe effect, de bescherming tegen ziekte, en een indirect effect, namelijk een verminderde verspreiding van het virus.” Bij dat laatste zouden runderen mogelijk een rol spelen, omdat zij worden gezien als grotere virusspreiders dan schapen. “Deskundigen geven dan ook aan dat het belangrijk is dat deze dieren worden gevaccineerd, zodat ze beter zijn beschermd tegen de ziekteverschijnselen en ook minder zouden bijdragen aan verspreiding van het virus.
“Het is aan de schapen- en rundveehouders zelf om, in overleg met de eigen dierenarts, te bepalen of zij hun dieren (opnieuw) laten vaccineren of niet. Het kan namelijk per geval verschillen of dat wenselijk of nodig is”, besluit de minister.
WBVR inventariseert momenteel bij het uitvoeren van de diagnostiek ook of er sprake was van besmetting van gevaccineerde of ongevaccineerde dieren. “Ik hoop
en verwacht dat deze gegevens op termijn meer inzicht geven in het verloop van de epidemie in gevaccineerde populaties.”
Lees ook:
Alles weten over schapen? Neem dan nu een abonnement op Het Schaap…


