Pagina 36 van: Het Schaap nr. 5 2019

‘ Ik ga voor easy care, dat is
beter voor de schapen’
Herman Reuvekamp draagt ruischapen een warm hart
toe. Hij houdt zijn schapen zoveel mogelijk op biolo-
gische wijze. Herman is actief binnen de Fokkersver-
eniging voor het Ruischaap.
TEKST: RINA SCHARPERT
Al dertig jaar pacht Herman Reuvekamp (68) uit Wijthmen (bij
Zwolle) een boerderij met vier hectare grond. Daarnaast gebruikt
hij de uiterwaarden van de Vecht voor zijn schapen. Zijn bedrijf is
zeer extensief. Tot twee jaar geleden produceerde hij biologisch
lamsvlees voor de biologische slagerijen van De Groene Weg. “Het
werd me te arbeidsintensief, want de lammeren weidde ik bij bio-
logische akkerbouwers in de Noordoostpolder en ik moest dage-
lijks voor de verzorging op en neer. Nu richt ik me volledig op de
fokkerij van zelfruiende schapen”, vertelt Herman.
“Als biologische boer ben ik natuurlijk terughoudend in het ge-
bruik van diergeneesmiddelen. Vanwege de maden vond ik de wol
maar lastig. Daarom schakelde ik rond 2000 over op ruischapen.”
Oorspronkelijk hield hij Zwartblessen, vanwege het makkelijk af-
lammeren en de goede vleesproductie. Hij kocht kruisingen van
Wiltshire Horn, Barbados Black Belly, Fries Melkschaap en Texelaar.
Deze kruiste hij met een Wiltshire Horn x Kameroenram.
SYSTEEM
“Nu ben ik grotendeels waar ik wil zijn en ben ermee bezig om het
koppel uniform te krijgen”, zegt Herman. “Ik scheer al drie jaar niet
meer, hierdoor heb ik minder werk. Ik selecteer op minder wol en
een dichte vacht. Liefst een dubbele vacht, zodat ze niet kaal zijn
als ze ruien. Verder kijk ik naar wat ik mooi vind en wat ik wil, maar
de omstandigheden selecteren ook. Het dier moet in mijn systeem
passen, anders moet het weg. Zo moet een ooi gemakkelijk buiten
aflammeren en melkrijk zijn. In het selecteren ben ik heel rigide.”
EASY CARE
Eerst fokte Herman jarenlang met eigen rammen. Langzamerhand
wisselt hij meer materiaal uit. Ook heeft hij een ram gekocht. “Een
derde deel van mijn ooien heb ik door deze ram laten dekken. Ik
heb nu nog 85 drachtige ooien en 35 jaarlingen die ik niet bij de
ram heb gedaan. Bij het lammeren zijn de schapen bij huis. Ze
lammeren wel buiten, ik heb nauwelijks stalruimte nodig. Ik haal
de schapen tijdens het lammeren niet uit de kudde als er geen
problemen zijn. Ik ontsmet geen naveltjes en doe geen nummer-
tjes in. Na een week haal ik ze pas uit de groep. Dan breng ik ze
naar een perceel van huis af. Mijn opvatting is dat je er zo weinig
mogelijk tussen moet komen. In Engeland noemen ze dat easy
care.”
ONTWORMEN
Herman houdt zijn schapen zoveel mogelijk op biologische wijze
hoewel hij het vlees niet meer als biologisch vlees mag verkopen.
“Ik heb mijn SKAL-certificaat ingeleverd. Ik laat mijn schapen wei-
den bij gangbare melkveehouders in de buurt. Dat scheelt reistijd,
arbeid en kosten.”
Tien jaar geleden is hij gestopt met het ontwormen van de ooien
in het voorjaar. “Je moet dieren geen medicijnen geven als ze niet
ziek zijn. Mijn bedrijf is heel extensief; daardoor is de wormendruk
minimaal. De lammeren ontworm ik nog wel. Hoewel een lichte
wormbesmetting helemaal niet erg is. Het maakt ze resistent.”
Hermans favoriet Blondy, nr. 1968, is een zuiver haarschaap met een mooie
glanzende haarvacht. Een lange ooi met een mooie rug en goede klauwen en
bek. “Het zou mooi zijn als zij een ram werpt. Ben benieuwd wat ze dit jaar
brengt.”
Vlekje, een van de overlopers, laat zien hoe mooi ze al geruid is.
36 HET SCHAAP MEI 2019
De fokkerijvisie van Herman ReuvekampRUI
36_nsfofokkersvisie.indd 36 15-05-19 15:06
