Schapenziekte

Blauwtong

Blauwtong is een virusziekte die alle herkauwers kan treffen, maar vooral bij schapen genadeloos kan toeslaan. Er zijn geen geneesmiddelen, wel vaccins ter preventie. Met goede verzorging hebben schapen meer kans op herstel.

Schaap met blauwtong heeft schuim op de bek
Schaap met blauwtong. Schuim op de bek is één van de symptomen.

Wat veroorzaakt blauwtong?

De ziektekiem is een orbivirus. Van het blauwtongvirus (BTV) zijn er nu 27 verschillende serotypes bekend.

Welke diersoorten kunnen blauwtong krijgen?

Alle herkauwers zijn vatbaar voor BTV, voor alle andere diersoorten is het virus ongevaarlijk. Dieren die besmet kunnen worden, zijn onder andere:

  • Schapen
  • Runderen
  • Geiten
  • Herten
  • Reeën
  • Buffels
  • Kamelen
  • Dromedarissen
  • Lama’s
  • Alpaca’s

En mensen?

Nee, dit virus is geen gevaar voor de volksgezondheid. Mensen worden er niet ziek van, blauwtong is geen zoönose.

Treft blauwtong elke herkauwersoort even hard?

Nee. De heftigste ziekteverschijnselen worden bij schapen gezien. Bij runderen en geiten zijn de verschijnselen doorgaans milder tot zelfs afwezig. Herten, reeën en moeflons vertonen weinig tot geen symptomen. In een aantal landen wordt blauwtong vooral als een schapenziekte gezien, maar tijdens de eerste blauwtongperiode in Nederland en andere landen in het noordwesten van Europa kregen koeien ook ziekteverschijnselen.

Wat gebeurt er na besmetting?

Het virus komt in de bloedbaan terecht waar het zich vermeerdert en de bloedvaten aantast. Beschadiging van de bloedvatwanden leidt tot bloedstolling of het uittreden van bloedvloeistof. Het gevolg is storingen in de bloedcirculatie en zwellingen.
Vijf tot twintig dagen na besmetting zijn de eerste ziekteverschijnselen te zien.

Wat zijn de verschijnselen?

Kenmerkend voor blauwtong: de dikke bovenlip. De binnenkant is ontstoken.
  • Hoge koorts (tot 42oC, kan een week aanhouden)
  • Ontstoken mond- en neusslijmvlies
  • Gezwollen lippen
  • Vochtophoping (oedeem) tussen onderkaakhelften
  • Overvloedig speekselen
  • Schuim op de bek
  • Waterige neusuitvloeiing
  • Bloedende neus
  • Wondjes in de bek, kleine rode puntbloedingen
  • Blauwe tong
  • Traanogen
  • Dikke kop
  • Dikke oren
  • Kreupelheid op alle vier poten
  • Pijnlijk en stijf lopen
  • Ontstekingen aan de hoeven
  • Overvulling van de kroonranden
  • Met gebogen rug staan
  • Kop laten hangen
  • Suffe en lusteloze indruk
  • Niet meer eten
  • Ingevallen flanken, snel vermageren

Krijgen besmette dieren altijd een blauwe tong?

Nee, de lijst met blauwtongverschijnselen is lang en een besmet dier laat ze niet allemaal zien. Slechts een klein deel van de dieren krijgt de blauwe tong waarnaar de ziekte is vernoemd. De blauwverkleuring is een gevolg van zuurstoftekort door zwellingen.

Worden schapen altijd ziek na besmetting?

Nee, het ziekteverwekkend vermogen van BTV kan sterk uiteenlopen. Besmette schapen kunnen ernstig ziek worden en sterven. Ook komt het voor dat schapen plotseling, zonder ziekteverschijnselen, dood worden gevonden. Maar aan de andere kant is het ook mogelijk dat schapen helemaal geen verschijnselen laten zien en de besmetting overwinnen.

Hoe kun je blauwtongschapen behandelen?

Er bestaat geen diergeneesmiddel dat de ziektekiem direct bestrijdt. Eenmaal ziek herstelt het schaap of gaat het dood. Goede verzorging vergroot de kans op herstel. Bij een mild verloop knapt het schaap in een paar dagen op. In andere gevallen kan het enkele weken duren.

Behandeladviezen:

Vaak gaan schapen met blauwtong liggen omdat staan te pijnlijk is.
  • Zichtbaar zieke dieren hebben pijnstilling en ontstekingsremmers nodig. Dierenarts kan middelen toedienen die ontstekingen en oedemen aanpakken.
  • Bijkomende bacteriële infecties, die het ziekteverloop verergeren, behandelen met antibiotica.
  • Dieren uit de zon houden en schaduw bieden. Opstallen is het beste.
  • Regelmatig koel en schoon drinkwater geven. Daarmee kunnen de dieren de ontstekingen in en rond de bek koelen.
  • Eten is moeilijk met een pijnlijke bek. Geef geen droge brokken maar geweekt voer (pulp) en fijn hooi.
  • Zorg voor een ligplaats met een dikke laag stro. Vanwege gewrichtspijn liggen zieke schapen veel.

Besmetten herkauwers elkaar?

Nee, koppelgenoten kunnen elkaar niet direct besmetten. Het virus gaat niet van schaap naar schaap of van rund naar rund. En ook niet van schaap naar rund of geit of andersom.

Hoe wordt het virus dan wel overgedragen?

Blauwtong is een vectorziekte, de ziektekiem wordt door vliegende insecten van de ene herkauwer naar de andere overgebracht. De verspreiding van BTV gaat via kleine muggen van 1 tot 3 mm groot die bloed zuigen: de culicoides-soorten ofwel knutten.
De knutten nemen het virus op als ze een besmette herkauwer prikken. Het virus vermeerdert zich in de knut en na vijf dagen is er zoveel virus dat de knut andere herkauwers gaat besmetten tijdens de bloedmaal.
Een knut kan bij een besmet rund tot twee maanden het virus opnemen. Bij schapen blijft het virus enkele weken aanwezig.

Zijn er nog meer besmettingsmogelijkheden?

  • Hergebruik van injectienaalden. Er zijn gevallen bekend dat het virus op deze wijze binnen een koppel is verspreid.
  • Bij runderen is virusoverdracht mogelijk van koe naar kalf via de placenta. Dit is met onderzoek aangetoond voor serotype 8 (BTV-8).

Worden schapen onvruchtbaar door blauwtong?

Ja, zowel ooien als rammen kunnen tijdelijk onvruchtbaar worden. Na herstel is het beter een dekram de eerste acht weken niet in te zetten. Bij pasgedekte ooien kunnen embryo’s sterven. Later in de dracht kunnen ooien aborteren. Soms worden er lammeren met afwijkingen geboren.

Wordt bij een uitbraak het hele koppel besmet?

Nee, alleen de herkauwers die geprikt worden door besmette knutten. Binnen een koppel kan dat aantal wel hoog oplopen. Of en hoe erg de schapen ziek worden, is mede afhankelijk van hoe vaak ze worden gestoken (dat kan honderden keren op een dag zijn) en hoeveel virus ze zo in hun lijf krijgen. Overigens hebben knutten een grote voorkeur voor runderen, koeien worden veel vaker aangeprikt dan schapen.

Waar komen knutten voor?

Vrijwel overal leven er knutten. Wereldwijd zijn er meer dan 1200 soorten. In Nederland komen minstens 26 soorten voor, zeker 4 daarvan hebben blauwtong verspreid: C. obsoletus, C. dewulfi, C. pulicaris en C. chiopterus. In andere landen, zoals Italië en Spanje, op de Balkan, in het Midden-Oosten en Afrika, verspreiden de daar lokale knuttensoorten BTV.

Wanneer zijn knutten actief?

Het knuttenseizoen is afhankelijk van het weer. In het Nederlandse klimaat vliegen ze rond van mei tot november. Als het lang warm en vochtig blijft, zijn ze langer actief. Onder de 10oC neemt hun activiteit af. Na nachtvorst slinken hun aantallen snel. De meeste volwassen knutten sterven in de winter. In een blauwtongjaar zijn er nieuwe BTV-uitbraken van juni tot november.
Knutten houden niet van daglicht, ze komen tevoorschijn wanneer het donker wordt. Ze vliegen meestal in de avond en aan de randen van de nacht.

Hoe vaak zuigen knutten bloed?

Alleen de vrouwtjes zuigen bloed en dat doen ze om de vier dagen. Ze hebben het bloed nodig voor hun eieren. Die leggen ze op vochtige plaatsen, veelal in koeien- en paardenmest. Elke knuttensoort heeft een eigen specifieke plek waar de eieren worden gelegd.

Vergroot klimaatverandering het risico op blauwtong?

Mogelijk. Van oorsprong komt de ziekte uit Zuid-Afrika. Vanuit tropische gebieden is het virus naar subtropische gebieden gegaan. In het zuiden van Europa, waar BTV makkelijk kan overwinteren door het aangename klimaat, zijn er tegenwoordig jaarlijks uitbraken en dit gebied schuift langzaam naar het noorden op.
Ook de knuttensoort die in Italië het vaakst BTV verspreidt, C. imicola, vergroot zijn leefgebied. In een paar jaar tijd is zijn gebied 300 km naar het noorden toe opgerekt.

Hoe snel gaat de verspreiding van BTV?

Dat hangt van de vliegafstand af. Knutten vliegen dagelijks tot zo’n 2 km. Wanneer ze met de wind worden meegevoerd kunnen ze honderden kilometers overbruggen. Bij een uitbraak van BTV wordt het getroffen gebied wekelijks gemiddeld 15 km groter.
Een filmpje van de Europese Unie (EU) laat duidelijk zien hoe snel BTV zich als een olievlek kan verspreiden. In dit filmpje worden alle nieuwe besmettingen per maand tussen augustus 2006 en december 2016 geprojecteerd op de landkaart.

Moet je deze ziekte melden bij de overheid?

Ja, blauwtong staat op de lijst met aangifteplichtige dierziektes. Wie deze ziekte vermoedt en dit niet meldt, begaat een overtreding. Dat kan worden bestraft met boetes en zelfs gevangenisstraf. De niet-melder wordt dan medeverantwoordelijk gehouden voor de verspreiding van de dierziekte.
De meldplicht geldt voor dierhouders, dierenartsen en laboranten. In de meeste gevallen zal de dierenarts de melding doen.

Waar moet je de melding doen?

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft een landelijk meldpunt voor dierziektes. Dit meldpunt is 24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar op het telefoonnummer (045) 546 31 88.

Wat gebeurt er na een melding?

Een team met daarin gespecialiseerde dierenartsen gaat naar het bedrijf toe. De vaste samenstelling van zo’n team is: de eigen dierenarts, een dierenarts van de NVWA en een dierenarts van Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Zij onderzoeken de dieren. Verder beoordelen ze de situatie op het bedrijf: houderijsysteem, aantal dieren met verschijnselen, hoe lang de besmetting er al kan zijn, omvang en locatie van het bedrijf, recente contacten (diervervoer en mensen) met andere bedrijven. Om de diagnose te bevestigen nemen ze bloedmonsters.

Hoe wordt blauwtong aangetoond?

De bloedmonsters gaan naar het laboratorium van Wageningen Bioveterinary Research.

  • De ELISA-test toont antistoffen aan. De uitslag maakt duidelijk of het dier ooit in aanraking is gekomen met het virus (via infectie of vaccinatie). De test kan niet aantonen om welk serotype het gaat.
  • Verschillende PCR-testen tonen DNA van het virus aan. De uitslag maakt duidelijk of het dier virusdrager is. Deze test kan wel het serotype aantonen.

De uitslagen van de ELISA- en PCR-test zijn binnen enkele dagen bekend.
Verder kan het laboratorium het virus isoleren, maar dit is zeer bewerkelijk en het kan weken duren voor er een uitslag is.

Wat gebeurt er als de uitbraak wordt bevestigd?

Rond een bedrijf met blauwtong worden drie gebieden ingesteld:

  • Screeningsgebied met een straal van 20 km
  • Beschermingsgebied met een straal van 100 km
  • Toezichtsgebied met een straal van 150 km

Samen vormen ze het beperkingsgebied. Het ministerie van Landbouw kan het beperkingsgebied ook groter maken.
In de gebieden gelden maatregelen om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan. Het gaat dan vooral om vervoersverboden en handelsbeperkingen. Het ministerie kan daarnaast aanvullende maatregelen nemen.

Hoe wordt er gemonitord?

Nederland moet elk bevestigd geval van BTV melden aan de Europese Unie. Die verplichting geldt voor alle EU-lidstaten. Ook gaat er een melding naar de wereldorganisatie voor diergezondheid OIE. De EU publiceert regelmatig op internet een landkaart met daarop de actuele beperkingsgebieden in Europa.
In Nederland is de NVWA verantwoordelijk voor de monitoring, GD voert die uit. In blauwtongvrije jaren controleert GD of het BTV-virus in Nederland voorkomt. Daartoe wordt het bloed gecheckt van een steekproef runderen, verspreid over het hele land.

Heeft het ruimen van besmette dieren zin?

Nee. Dieren die niet van elders zijn aangevoerd, hebben de besmetting in hun eigen omgeving opgelopen. Op het moment dat de eerste ziektegevallen worden gesignaleerd, is het virus al minstens twee weken (en vaak nog langer) in die omgeving aanwezig. In die tijd zullen de knutten het virus al verder verspreid hebben naar bedrijven in de buurt. Het besmettingsgevaar neemt dus niet af door te ruimen. Bovendien bouwen besmette herkauwers die beter worden levenslang weerstand op.

Kun je blauwtong voorkomen?

Ja, er zijn vaccins tegen blauwtong. De vaccins werken alleen tegen het serotype dat in het vaccin is opgenomen. Als een herkauwer gevaccineerd is tegen BTV-8 en in de omgeving duikt bijvoorbeeld BTV-4 op, dan is het dier niet daartegen beschermd.
Er is geen vaccin tegen alle serotypes, wel bestaan er enkele combivaccins voor meerdere serotypes.

Hoe moet je vaccineren?

Alleen dierenartsen mogen vaccineren. Zij zullen enten volgens de voorschriften van de fabrikant van het te gebruiken vaccin. Voor de meeste BTV-vaccins geldt:

  • Basisvaccinatie voor dieren die nog nooit zijn gevaccineerd: 2 keer enten met een tussentijd van 3 weken. Na de 2e enting duurt het zo’n 3 weken voordat ze volledig immuun zijn.
  • 1 keer per jaar herhaalvaccinatie.

Moet je alle herkauwers vaccineren?

Nee, herkauwers die eerder besmet zijn geweest, bouwen voor de rest van hun leven weerstand op. Zij hebben geen vaccinatie nodig.

Krijgen lammeren weerstand van hun moeder mee?

Niet in de baarmoeder via de placenta. Pasgeboren lammeren komen dus allemaal onbeschermd ter wereld. Maar door biest van moeders met weerstand te drinken, krijgen de lammeren wel antistoffen tegen BTV binnen. Deze weerstand is tijdelijk en blijft zes tot twaalf weken bestaan. Lammeren kunnen op een leeftijd vanaf zes weken een eigen vaccinatie krijgen.

Welke vaccins hebben een registratie in Nederland?

Zijn de vaccins altijd leverbaar?

Nee, de vaccins hebben een beperkte houdbaarheid. Farmaceuten produceren alleen als ze verwachten voldoende vaccins te kunnen verkopen. Bij een uitbraak kan een farmaceut besluiten de vaccins eerst voor een bepaald afzetgebied te maken. Zo kan het gebeuren dat een vaccin wel in Duitsland verkrijgbaar is, maar niet in Nederland.

Mag je vaccins uit andere EU-landen halen?

Ja, als er geen vaccins leverbaar zijn, dan kunnen Nederlandse dierenartsen vaccins uit België, Duitsland en andere EU-landen bestellen via de cascaderegeling.

Wat kun je nog meer preventief doen?

Knutten weren, al zal dit nooit volledig lukken. Transportmiddelen als auto’s en trailers met insecticiden ontsmetten om te voorkomen dat besmette knutten over een grote afstand worden verplaatst.
Toen blauwtong voor het eerst in Nederland was, was er een ontheffing zodat herkauwers preventief behandeld konden worden met insecticiden. Dit bleek maar weinig effect te hebben.

Wanneer was er blauwtong?

Doodziek door blauwtong. In het rampjaar 2007 stierven meer dan 27.000 schapen.

BTV-8 dook voor het eerst op in augustus 2006, in Limburg. Het verspreidde zich daarna over heel Noordwest-Europa. Er is naar de herkomst van het virus gezocht, maar die is nooit gevonden.
In het rampjaar 2007 stierven er in Nederland ruim 27.000 schapen en werden er 6.469 bedrijven besmet verklaard. Een jaar later daalde het aantal uitbraken scherp, met slechts 60 besmette bedrijven.
In 2009 werd BTV-8 niet meer gevonden.


Hoe verdween het virus?

Een heel groot deel (meer dan 80%) van de herkauwerpopulatie was eind 2008 immuun voor BTV-8 door een combinatie van natuurlijke weerstand opgebouwd bij eerder besmette dieren en vaccinatie. Hierdoor konden de knutten het virus niet meer opnemen en verspreiden.

Zijn er nog andere BTV-serotypes in Nederland gevonden?

Ja, twee andere. BTV-1 bij uit Frankrijk geïmporteerde dieren in 2008. In hetzelfde jaar brak in het oosten van Nederland BTV-6 uit. Ook bij deze uitbraak is de herkomst niet gevonden. Vermoed werd dat de oorzaak lag in het gebruik van illegale vaccins.

En in België?

BTV-8 sloeg eveneens in België hard toe in de jaren 2006-2008. Tijdens deze eerste blauwtongperiode werden op beperkte schaal ook andere serotypes aangetroffen: BTV-1, BTV-6 en BTV-11.

Als BTV-8 opnieuw in Nederland komt, krijgen we dan weer zo’n grote ellende?

Dat hoeft niet. Virussen kunnen zich aanpassen en dan meer of minder virulent worden. Dat geldt eveneens voor het BTV-virus.
BTV-8 waart sinds 2015 rond in Frankrijk, en sinds eind 2018/begin 2019 ook in Duitsland, België en Zwitserland, maar bij deze besmettingen worden maar weinig ziekteverschijnselen gezien.

Verandering van virus

In het aanpassingsvermogen van BTV schuilt een gevaar. Als in hetzelfde gebied twee of meer serotypes zijn, dan kunnen die zich vermengen en een nieuw serotype vormen. Wanneer een herkauwer besmet raakt met meerdere serotypes kan uitwisseling van DNA plaatsvinden.
Vermenging is ook mogelijk bij gebruik van vaccins met levendvirusmateriaal. In Italië zijn begin deze eeuw dergelijke vaccins gebruikt en dat heeft fout uitgepakt. Om die reden zijn in Nederland alleen doodvirus-vaccins toegestaan.

Meer informatie:

Inschrijven nieuwsbrief