Het gebruik van antibiotica bij schapen is zeer laag. Dat blijkt uit een onderzoek van de Gezondheidsdienst voor Dieren in opdracht van het rijk.
De overheid wil het gebruik van antibiotica in de veehouderij terugdringen omdat bacteriën resistent worden, ook ziekteverwekkers die mensen besmetten. Sinds 2011 zijn varkens-, rundvee- en pluimveehouders verplicht het antibioticagebruik te registreren omdat deze takken goed zijn voor 90-95% van het antibioticaverbruik in de veehouderij.
Van de schapen- en geitenhouderij was alleen bekend dat het verbruik laag was, maar exacte cijfers ontbraken. De GD heeft daarom dat verbruik in de jaren 2011 en 2012 onderzocht. Daaruit blijkt dat in de schapenhouderij erg weinig antibiotica worden gebruikt. De melkgeitenhouderij scoort hoger.
De GD heeft aanwijzingen dat op beroepsmatige schapenbedrijven antibiotica worden gebruikt die niet door de eigen dierenarts zijn voorgeschreven. De NVWA gaat daar volgend jaar op controleren.
Uit het onderzoek is gebleken dat dierenartsen soms chlooramfenicolzalf voorschrijven bij oogontstekingen. Dat middel is verboden bij voedselproducerende dieren. De ministeries van Economische Zaken en VWS eisen van de dierenartsorganisatie KNMvD en de schapen- en geitensector dit gebruik te stoppen.


