Bij een schaap dat voor onderzoek werd ingestuurd bij Royal GD is mogelijk voor het eerst in Nederland de lintworm Taenia multiceps vastgesteld. De parasiet veroorzaakt coenurosis, een aandoening waarbij een blaasworm zich ontwikkelt in de hersenen. GD roept schapenhouders en dierenartsen op om de infectie als mogelijke oorzaak mee te nemen in de diagnose bij schapen met neurologische verschijnselen.
De besmetting kwam aan het licht tijdens pathologisch onderzoek van een schaap. Omdat de gevonden blaasworm ook kon passen bij de meldingsplichtige aandoening echinococcose, stuurde GD het materiaal door naar het RIVM voor aanvullend onderzoek. Daar wees moleculaire typering uit dat het om Taenia multiceps ging.
Niets meer missen over schapen? Meld je nu aan voor de gratis nieuwsbrief …
of neem een voordelig proefabonnement op Het Schaap!
Coenurosis geen meldingsplichtige ziekte
Volgens GD is dit naar alle waarschijnlijkheid de eerste keer dat deze lintworm bij een schaap in Nederland is aangetoond. Daarbij plaatst dierenarts en specialist kleine herkauwers René van den Brom wel een kanttekening. “Voor zover we samen met het RIVM konden nagaan is de parasiet niet eerder in een schaap in Nederland aangetoond. Coenurosis is echter geen meldingsplichtige ziekte, waardoor we niet met volledige zekerheid kunnen zeggen dat dit de allereerste besmetting is.”
Het betreffende schaap is geboren op het bedrijf waar de infectie werd vastgesteld en liep in Overijssel, dicht bij de grens met Drenthe. Volgens Van den Brom was sprake van de chronische vorm van coenurosis. “Dat betekent dat het schaap de infectie al maanden eerder heeft opgelopen.”
Overigens komt de parasiet in andere Europese landen vaker voor. Vooral in schapenrijke gebieden in Oost-Europa en bepaalde regio’s in het Verenigd Koninkrijk. Maar zelden bij dieren ouder dan twee jaar, aldus Van den Brom.
Schapen tussengastheer bij parasiet
Schapen zijn een belangrijke tussengastheer van de parasiet. De volwassen lintworm leeft in de dunne darm van eindgastheren zoals honden, maar ook vossen en wolven. Via de mest van deze dieren komen de lintwormeieren in de omgeving terecht. Wanneer schapen de eieren opnemen tijdens het grazen, kunnen de larven zich na opname en migratie ontwikkelen tot blaaswormen in het centrale zenuwstelsel.
Hoe het schaap precies besmet is geraakt, is niet vast te stellen. Op het bedrijf liepen honden, maar die kregen volgens de houder geen rauw vlees. Daarnaast komen in de omgeving vossen voor en is er ook een wolf waargenomen. “Omdat de infectie maanden geleden is opgelopen en onderzoek bij wilde dieren lastig uitvoerbaar is, is het niet eenvoudig om met zekerheid aan te geven hoe het schaap geïnfecteerd is geraakt”, aldus Van den Brom.
Symptomen van coenurosis

De aandoening veroorzaakt neurologische verschijnselen en is uiteindelijk dodelijk. Mogelijke symptomen zijn onder meer blindheid, cirkelen, een scheve kopstand, ataxie, afwijkend gedrag, verminderde voeropname, omvallen, krampen en verhoogde prikkelbaarheid.
“Het is van belang dat dierenartsen deze aandoening meenemen in hun differentiaaldiagnose en het bijbehorende klinisch onderzoek wanneer zij worden geconfronteerd met schapen met neurologische klachten”, zegt Van den Brom.
Pathologisch onderzoek kan de diagnose bevestigen. Bij de acute vorm kan een effectief ontwormingsmiddel de migrerende parasiet bestrijden. Bij de chronische vorm kan een chirurgische ingreep soms uitkomst bieden. Dit kan door de druk in de hersenen te verlagen en de blaasworm, indien mogelijk, te verwijderen.
‘Zorgvuldige diagnostiek nodig’
Volgens GD is het nog te vroeg om te concluderen dat Taenia multiceps zich in Nederland vestigt. De organisatie wil eerst beter zicht krijgen op het voorkomen van de aandoening. “Door houders en dierenartsen te informeren, verwachten we dat er meer aandacht komt voor blaaswormen als mogelijke oorzaak van neurologische verschijnselen. Zorgvuldige diagnostiek is nodig om de oorzaak vast te stellen.”
Om besmetting te voorkomen adviseert GD de cyclus tussen schapen en hondachtigen zoveel mogelijk te doorbreken. Honden mogen geen rauw vlees krijgen en geen toegang hebben tot kadavers. Kadavers moeten zo snel mogelijk voor destructie worden aangeboden, en het ontwormen van honden verdient aandacht in overleg met de dierenarts.
Voor wilde eindgastheren, zoals vos en wolf, is het doorbreken van de cyclus aanzienlijk lastiger. Mensen kunnen eveneens als tussengastheer besmet raken door opname van de parasiet. GD verwijst voor vragen over de risico’s voor de volksgezondheid naar het RIVM.


