De veehouderij is de vorige maand opgeschrikt door een uitbraak van mond-en-klauwzeer (MKZ) in Duitsland. Deze zeer besmettelijke dierziekte werd op vrijdag 11 januari vastgesteld bij veertien waterbuffels op hetzelfde bedrijf. Het was voor het eerst sinds 1988 dat MKZ in Duitsland werd vastgesteld. René van den Brom van Royal GD wijst op het belang van alertheid op insleep van dierziektes.
Op de betreffende vrijdag is de Nederlandse veehouderij direct in de hoogste staat van paraatheid gekomen. De uitbraak van MKZ in 2001 staat bij velen nog in het geheugen gegrift. In de dagen na de bevinding in Duitsland bleek dat er in de weken voorafgaande aan het stellen van de diagnose enkele duizenden vatbare dieren (met name kalveren en een koppel schapen) uit het betreffende gebied waren geïmporteerd naar Nederland. Deze dieren zijn binnen een week door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) gescreend op het voorkomen van MKZ. Overheid en sectorpartijen implementeerden maatregelen op het gebied van bioveiligheid.
Verschijnselen MKZ

Het mond-en-klauwzeer virus behoort tot de familie van de picornaviridae. Er zijn zeven verschillende serotypen. Met name evenhoevige diersoorten, maar ook olifanten en egels zijn gevoelig voor MKZ. De verschijnselen van MKZ verschillen per diersoort. Bij schapen zijn de verschijnselen vaak mild en beperken zich tot kreupelheid, waarbij zeer secuur gekeken moet worden naar laesies op de kroonranden. Soms kunnen laesies in de mond worden gezien. Bij jonge lammeren kan massale sterfte optreden door hartfalen. MKZ is geen van dier op mens overdraagbare aandoening. MKZ is een meldingsplichtige en bestrijdingsplichtige ziekte volgens de diergezondheidsverordening Animal Health Regulation (AHR). Elke verdenking van MKZ dient direct bij de NVWA gemeld te worden.
Bron MKZ onopgehelderd
De bron van de infectie in Duitsland is tot op heden onopgehelderd. Het feit dat alle waterbuffels op het bedrijf besmet waren en de diagnose werd gesteld bij een derde gestorven dier op dit relatief kleine bedrijf met veertien dieren, maakt dat de ziekte mogelijk al enkele weken op het bedrijf aanwezig was. Dit betekende een groot risico op verdere verspreiding. Op dit moment lijkt het erop dat de uitbraak beperkt is gebleven tot één bedrijf. Ook is de ziekte niet aangetoond bij de in Nederland gescreende gevoelige dieren die uit de betreffende regio uit Duitsland zijn geïmporteerd.
Bioveiligheid
In de paraatheid die ontstond, merkte je dat diverse sectorpartijen en veehouders extra aandacht hadden voor bioveiligheidsmaatregelen. Schapenhouders stelden in de GD Veekijker vragen over de bioveiligheid op bedrijven met schapen. En dat ging verder dan MKZ. Het meest risicovol voor de insleep van dierziekten in een koppel zijn directe diercontacten. In geval dat diercontacten niet vermijdbaar zijn is een quarantaineperiode van belang om daarin de aangevoerde dieren goed te kunnen observeren en inspecteren op ziekteverschijnselen, zoals rotkreupel.
Ook is dit het moment voor het uitvoeren van diagnostiek om het voorkomen van ziekten in aangevoerde dieren te controleren, zoals op zwoegerziekte en caseous lymfadenitis (CL). Echter, voor niet alle aandoeningen zijn laboratoriumtesten beschikbaar, een voorbeeld hiervan is jaagsiekte. Een virusinfectie die zorg voor het ontstaan van longtumoren bij schapen. Om de kans op insleep van dergelijke aandoeningen te verkleinen is kennis over de gezondheidsstatus van het bedrijf van herkomst van belang. Naast directe diercontacten kunnen ook indirecte diercontacten een rol spelen bij de introductie van dierziekten. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld personen die (beroepsmatig) op verschillende bedrijven komen. De risico’s van deze groep kunnen worden verkleind door goede bedrijfshygiëne toe te passen.
‘Naast alertheid is continu handelen op de risico’s om de kans van introductie van dierziekten te verkleinen belangrijk’
Opgelucht ademhalen
Het lijkt erop dat we op dit moment opgelucht kunnen ademhalen voor wat betreft MKZ. Voor andere aandoeningen zullen we continu alert moeten zijn om insleep van dierziekte te voorkomen. Dit geldt niet alleen voor andere meldingsplichtige aandoeningen, zoals ‘peste des petits ruminants’ waar momenteel een uitbraak van speelt in Zuidoost-Europa, maar ook voor niet-meldingsplichtige endemische ziekten. Naast alertheid is continu handelen op de risico’s om de kans van introductie van dierziekten te verkleinen belangrijk. Hoe je de risico’s voor je bedrijf kunt verkleinen is maatwerk. Bespreek de mogelijkheden met je dierenarts. Het voorkomen van insleep van dierziekten is namelijk in de regel makkelijker dan ervan afkomen.
Lees ook:
- Minister trekt alle MKZ-maatregelen in
- Rustige herstart schapenhandel na MKZ-weken
- Meer artikelen van dierenartsen van Royal GD.
Neem nu een proefabonnement op Het Schaap – 3 nummers voor €24,95


